CMHF-fractie Verantwoordingsorgaan ABP adviseert negatief over voorgenomen premie- en indexatiebesluit 2020

28 november

Jaarlijks – meestal tegen het einde van het jaar - komt het bestuur ABP met een voorstel over hoe in het eerstvolgende jaar de pensioenpremie zich zal ontwikkelen en of er in dat jaar sprake zal zijn van indexatie en zo ja, in welke omvang. Het voorstel van het bestuur wordt teruggevonden in de premie- en indexatienota ABP. Bij het opstellen van de premie- en indexatienota sluit het bestuur aan bij haar doelstellingen voor het fonds en haar (meerjarig) premie- en indexatie beleid. Maar evenzeer worden de actuele ontwikkelingen mede in overweging genomen. De CMHF-fractie heeft na zeer intensief overleg negatief geadviseerd.

Begin november 2019 neemt het bestuur ABP een voorgenomen premie- en indexatiebesluit voor het jaar 2020. De kernboodschap van het bestuur bij dit voorgenomen besluit is dat de premie in 2020 nagenoeg op hetzelfde niveau blijft namelijk 24,9% van de premiegrondslag en dat de financiële positie van het ABP geen ruimte biedt om in 2020 te indexeren, wat erop neerkomt dat voor de gepensioneerden er sinds 2009 nu een cumulatieve indexatie-achterstand is van 19,10%.

Eerlijkheidshalve moet bij dit besluit voor 2020 wel worden opgemerkt dat het bestuur in zijn beschouwing om te komen tot een premie- en indexatie besluit verder heeft gekeken dan alleen het jaar 2020. Het bestuur ABP kiest nadrukkelijk voor een meerjarig premiebeleid. Economische vooruitzichten doen vrezen dat er sprake zal zijn van een neerwaartse druk op het toekomstig verwachte beleggingsrendement. Er moet rekening worden gehouden met een economische omgeving waarbij er langdurig sprake zal zijn van een lage rente. Bij die ontwikkeling hoort een lagere disconteringsvoet dan de 2,8% die nu als maatstaf dient. In zijn premiebesluit voor 2020 neemt het bestuur derhalve gelijktijdig een voorgenomen besluit om de disconteringsvoet in 2021 te verlagen naar 2,4% of lager. De komende periode wordt de tijd genomen om vast te stellen wat uiteindelijk de disconteringsvoet in 2021 moet zijn. Een ding is zeker, dat als de disconteringsvoet daalt, dan zijn er gevolgen te verwachten op zowel het punt van premie als op het punt van pensioen-opbouw. Als voorbeeld: Bij een disconteringsvoet van 2,4% stijgt de premie met ongeveer 10% of is er een daling van de pensioenopbouw met 10%, en met alle varianten daartussen.

Dus concluderend neemt het bestuur ABP in zijn voorgenomen besluit over de premie- en indexatie in 2020 eigenlijk drie besluiten:

  • Er is in 2020 geen ruimte voor indexatie, waarmee de cumulatieve indexatieachterstand stijgt.
  • De premie in 2020 blijft nagenoeg gelijk, met een kleine aanpassing op het punt van arbeidsongeschiktheidsrisico's en het niveau van herstelopslag.
  • Er wordt gekozen voor een meerjarig premietraject waarbij nu reeds wordt aangekondigd dat de disconteringsvoet in 2021 zal dalen, met als gevolg dat de premie in dat jaar (fors) zal stijgen, of de opbouw zal verlagen, of een combinatie van beiden.

Beoordeling van het besluit door het VO

Het bestuur heeft het voorgenomen premie- en indexatiebesluit voor advies voorgelegd aan het Verantwoordingsorgaan. Het verantwoordingsorgaan heeft in de periode 14 tot 21 november, in commissieverband en plenair intensief over het besluit gesproken. Uiteindelijk heeft het VO op 21 november – in de vergadering van het VO met het bestuur ABP - in meerderheid negatief geadviseerd. 27 van de 48 leden spraken zich uit tegen het voorgenomen besluit, 20 leden – waaronder de 16 leden van de werkgeversdelegatie – ondersteunden het voorgenomen bestuursbesluit. De CMHF- vertegenwoordigers behoorden tot de VO leden die negatief adviseerden. Ofschoon de invalshoeken en de argumentatie achter het negatieve advies, afhankelijk van fractie of groepering, divers waren was er een brede overeenstemming over het uiteindelijk negatieve advies en de oproep aan het bestuur om terug te komen op haar voorgenomen besluit en een nieuw besluit te nemen waarbij al in 2020 stappen te worden gezet in de richting van de aanpassing van de premie en herstel van de financiële positie. Onderstaand een aantal van de overwegingen.

Als er brand is moet je die blussen

Het VO is in haar beschouwing niet over een nacht eis gegaan. Natuurlijk werden ook door het VO actuele ontwikkelingen op pensioengebied in de overwegingen betrokken. Zo kwamen op 20 november de kamerbrief van Minister Koolmees over het "korten van pensioenen" en het besluit van een ander groot pensioenfonds om de premie niet te verhogen in de openbaarheid. En een makkelijke uitweg was geweest die lijn van stabiliseren en rust bij de stukken tijdens de uitwerking van een nieuw pensioencontract te volgen. Toch is er niet voor dat scenario gekozen, de opdracht van het VO immers, is zich te richten op het handelen van het bestuur en zich daarbij de vraag te stellen of het voorgenomen besluit van het bestuur past bij de doelstellingen van het fonds en een verantwoord financieel beleid. En het antwoord op die vraag is negatief, en dus moet het VO het bestuur daar op aanspreken. Natuurlijk moet het bestuur acteren binnen de gestelde randvoorwaarden vanuit de Pensioenkamer en het FTK, maar het besluit dat het bestuur neemt over hoe de premie zich dient te ontwikkelen is een eigenstandig besluit. ABP heeft op dat punt beleidsvrijheid en is verantwoordelijk voor haar eigen premiebeleid. En dan, is de opvatting van een deel van het VO, wordt er geen verantwoord besluit genomen dat past bij de financiële situatie van het fonds anno 2020. Het is feitelijk nog erger, het bestuur erkent dat alle seinen binnen de pensioendriehoek (ambitie, premie en risico) op rood staan en dat er sprake is van een teruggang in de economische situatie, maar toch willen ze pas in 2021 stappen zetten tot herstel. Als er nu een klein (veen)brandje ontstaat waarvan we weten dat het niet vanzelf gaat doven, dan gaan we toch pas ook niet over een jaar blussen. En dat is feitelijk wat er nu bij het ABP ook gebeurt.

Door het besluit van het bestuur om niet te handelen komt de premiedekkingsgraad verder onder druk te staan, er wordt op reserves ingeteerd. De premiedekkingsgraad ligt op dit moment rond de 60% en het wordt tijd dat, al is het stapsgewijs, er wordt toegewerkt naar een hoger percentage. Dan moet je niet wachten, maar stappen zetten. Naast de premiedekkingsgraad staat ook een evenwichtige belangenafweging onder druk. Van het bestuur mag worden verwacht dat – met invoelingsvermogen in een toch al onzekere tijd – de belangen van alle deelnemers en gepensioneerden worden gediend. De focus slechts leggen in de richting van het belang van sociale partners komt daar niet aan tegemoet en doet afbreuk aan de slogan "deelnemer centraal".

Het bestuur mist de kans om met het premie-instrument het signaal te geven van het willen werken aan herstel, hoe beperkt misschien ook. En dat bestuurlijk handelen wordt door een deel van het VO als onvoldoende gekwalificeerd. Natuurlijk is het VO zich ervan bewust dat het verhogen van de premie ook neerslaat op de deelnemer en dat door sociale partners op dat punt arbeidsvoorwaardelijke afspraken moeten worden gemaakt. Maar dat mag voor het bestuur ABP geen reden zijn om daarop in te spelen en – zoals bij de argumentatie van hun besluit staat – de sociale partners de tijd willen geven op de situatie van 2021 met een lagere discontovoet en hogere premie in te spelen. Ieder zijn rol betekent ook kleur durven te bekennen, en met het voorgenomen premie- en indexatiebesluit wordt dat door het bestuur-ABP achterwege gelaten.

Bestuur legt advies VO naast zich neer

In de vergadering van het VO met het bestuur ABP op donderdag 21 november heeft het VO haar advies bij het bestuur bekend gesteld, en het bestuur opgeroepen het voorgenomen besluit in te trekken en een nieuw besluit te nemen, waar direct wordt ingespeeld op de situatie waarin het fonds verkeert en waar in 2020 al stappen worden genomen op het punt van een premieverhoging. Het bestuur heeft tijdens de vergadering besloten het advies van het VO naast zich neer te leggen. Teleurstellend, maar dat wil niet zeggen dat we op voorgaande punten het bestuur niet zullen blijven uitdagen.

Wordt vervolgd.

 

Nieuws