Inzet FvOv voor een nieuwe cao-vo

8 november

De cao-onderhandelingen zijn onlangs begonnen, de partijen hebben hun inzetten uitgewisseld. Hierbij de inzet van de FvOv, zo gauw er nieuws is melden we ons!

Het Voortgezet Onderwijs in een aantal typeringen:

  • Scoort internationaal goed!
  • Wordt geconfronteerd met tekorten;
  • Is het onderwijs als werkgever voldoende concurrerend?
  • Kent een te hoge werkdruk die van meerdere factoren afhankelijk is;
  • Is gebaat bij voldoende ruimte voor professionalisering;
  • Is van groot belang voor de samenleving en verdient extra investeringen;
  • Door de opschuivende AOW-leeftijd komen de oudere werknemers in het gedrang;
  • De OOP’ers in het VO verdienen extra aandacht.

Werkdruk van leraren

De werkdruk in het Voortgezet Onderwijs is in de afgelopen jaren flink opgelopen. De invoering van Passend Onderwijs, een toename van de takenlast van leraren, grotere klassen en een hoog, soms nog stijgend, aantal lessen per week maken het voor leraren steeds moeilijker om goed onderwijs te bieden en dit leidt soms tot uitval. Duidelijk is dat een aantal elementen in de taak van leraren van grote invloed zijn op de werkdruk. We willen in deze cao afspraken maken die er op de werkvloer toe leiden dat de werkdruk flink teruggebracht wordt.
Onze ambitie bestaan eruit dat we toe willen naar een structureel lagere lestaak per week waarbij er veel tijd voor de voorbereiding van de lessen zal zijn (ook voor het met collega’s ontwikkelen daarvan). De grootte van de klassen moet wat ons betreft recht doen aan de complexere onderwijsbehoeftes van de leerlingen. De takenlast, die af en toe de pan uitrijst, moet teruggebracht worden naar een voor de school haalbaar en betaalbaar niveau (daarbij moeten mogelijk ook taken worden geschrapt). Tenslotte heeft iedere startende leraar recht op een intensief begeleidingstraject (waarbij op de juiste wijze gebruikgemaakt wordt van de lestaakreductie van 20% en 10%).

We willen, hopelijk geholpen door extra investeringen in het regeerakkoord, een eerste stap naar het verminderen van de werkdruk zetten in de cao om daarmee het goede gesprek in de scholen op gang te brengen. We stellen voor om een beperking in het aantal door de werkgever op te dragen lessen overeen te komen en daarnaast ruimte borgen voor het gesprek over de individuele invulling van de jaarlijkse werkzaamheden. We willen de op te dragen lestaak stellen op 90% van de maximum lestaak van 750 klokuren. Daar bovenop kunnen extra lessen worden overeengekomen tot maximaal 110% van de maximum lestaak (voor de lessen in deze categorie wordt een hogere opslagfactor overeengekomen ten opzichte van de lessen in het eerste deel). Zo zal er met iedere werknemer een gesprek dienen te worden gevoerd over de invulling van de jaartaak waarbij recht gedaan wordt aan de specifieke situatie van de individuele leerkracht. Dit kan dus betekenen dat de ene leerkracht minder lessen gaat geven terwijl de andere leraar juist meer lessen gaat geven (afhankelijk van de ervaren werkdruk).

Seniorenbeleid

Met het stijgen van de gemiddelde uittredeleeftijd (vanwege de stijgende AOW- en pensioenleeftijd) zien we ook het ziekteverzuim en de aantallen vso’s voor de oudere werknemers toenemen. Het lijkt lang niet voor alle leraren mogelijk om gezond de eindstreep te halen en het instrumentarium in de cao biedt daarbij onvoldoende steun. Op plekken waar het Generatiepact wordt toegepast zien we dat dit leidt tot een tevredenheid bij de werknemers en werkgevers waarbij een dergelijke regeling vaak tot geringe kosten voor de werkgever leidt. We willen de kaders van deze regeling opnemen in een voorbeeldregeling zodat deze betrokken kan worden in jong-voor-oud-trajecten dan wel als een bijdrage aan een antwoord op de krimp.

Professionalisering

Om te kunnen voldoen aan de eisen die het lerarenregister stelt, willen we een bodem van 40 uur op jaarbasis voor professionaliseringsactiviteiten in de cao opnemen (voor werknemers met een werktijdfactor kleiner dan 0,5000 wtf). Daarnaast vinden we dat een leraar voor het volgen van scholing onder werktijd het recht moet krijgen om minimaal twee dagen per jaar vrij geroosterd te worden (wanneer een omzetting van de uren niet mogelijk is).
Daarnaast stellen we voor het basisrecht professionalisering voor het OOP in uren en geld gelijk te stellen aan dat van de leraar.

Loon

Voor 2018 vragen we een loonsverhoging van 3,5%. Hierin is bovenop de loonsverhogingen van in de markt voorziene salarisstijgingen een extra verhoging opgenomen om het onderwijs in een krappere arbeidsmarkt aantrekkelijker te maken voor werknemers (gelet op de tekorten).

Looptijd

De looptijd van de cao is afhankelijk van de afspraken die we in de nieuwe cao zullen maken (gevolgen voor de inrichting van de school, hoogte loonafspraak).

Functiebouwwerk en Salarisbouwwerk

We zijn van mening dat de afspraken in het kader van de functiemix moeten worden verankerd in de cao om te voorkomen dat deze middelen voor andere doeleinden worden gebruikt en een downgrading gaat plaatsvinden.
Voor wat betreft de loopbaanpaden voor het OOP stellen we voor om in de cao een verplichting op te nemen voor werkgevers om eens per 5 jaar het functiebouwwerk voor het OOP te herzien. Daarbij moet dan met name aandacht zijn voor de vraag of de opgedragen werkzaamheden qua zwaarte nog in overeenstemming zijn met de functiewaardering.
Er zijn reeds verkenningen uitgevoerd die het salarisgebouw transparanter en consistenter moeten maken. We willen hier een verder invulling aan geven in het cao-traject.

Overige punten

Er zijn al de nodige technische punten verkend en het valt niet uit te sluiten dat we gaandeweg het proces er nog meer tegen zullen komen. We gaan ervan uit dat we deze punten in de loop van het proces kunnen inbrengen.

Zeist, oktober 2017

Bronvermelding
  1. FvOv
Nieuws