Vraag 09

Vraag 09

Door: Ad Mooldijk | Datum: Woensdag 15 april 2026, 10:36 uur

Plaats hier uw vragen, opmerkingen of overdenkingen.

Antwoord:

Door: Gijs Ploegmakers | Datum: Donderdag 14 mei 2026, 15:16 uur

Het antwoordmodel redeneert met twee inzichten die niet duidelijk in de syllabus staan. Mijn leerlingen redeneren anders en dan is het lastig punten geven als het niet helemaal juist is.  Ik heb het volgende alternatieve maar volgensm ij correcte antwoord bedacht met alternatieve bolletjes voor de punten: 

Voorbeeld van een Antwoord: 

voor deze schakeling geldt I3 = 2 I want de stroom wordt gelijk verdeeld over I1 en I2 .   

Dan volgt uit R1 = R3 en R = U/I  :   U/ I= U3 / I dus U= I3 x U/ I1 = I/ I1 x U1 = 2 U1

  • inzicht I3 = 2x I1
  • gebruik R = U/I
  • completeren van de afleiding

Met deze verdeling kan ik veel vaker leerlingen een punt geven voor bolletje 1 of 2. Ben ik hiermee te soepel of is dit een redelijk alternatief.?

Door: Bram Koopmans | Datum: Donderdag 14 mei 2026, 15:24 uur

Hoi Gijs,

Volgens mij zit hier geen verschil in met methode 1 van het correctie model.
Ook jij toont inzicht dat I3 = 2*I1 en het gebruik van U=I*R of R=U/I is gelijk.

Door: Gijs Ploegmakers | Datum: Donderdag 14 mei 2026, 15:29 uur

ik heb me vergist niet goed gekeken excuus

 

Door: Matthijs Toussaint | Datum: Vrijdag 15 mei 2026, 09:54 uur

een aantal van mijn leerlingen schrijven het volgende:

UR1 = UR2 want ze zijn parallel

UR3 = UR1 + UR2 want R1+R2 en R3 zijn in serie

dus UR3 = 2UR1

Hier zit impliciet veel inzicht in, maar hoe zou ik daar punten voor geven? Route is via methode 2, dan neig ik naar 2 punten. De laatste bol niet omdat de afleiding niet voldoende uitgebreid is genoteerd... Wat vinden jullie?

Door: Opstroom | Datum: Vrijdag 15 mei 2026, 10:23 uur (Bewerkt op: 15-05-2026 10:24)

@Toussaint 
Veel van mijn leerlingen hebben dat ook gedaan. Ik heb daar 0 punten voor gegeven. Het enige inzicht dat er echt wordt getoond is dat de spanning in een parallel gelijk is. Daarna moet je als docent wel heel veel voor de leerling invullen om het inzicht te kunnen belonen. 

om de bewering:      UR3 = UR1 + UR2 want R1+R2 en R3 zijn in serie     te bewijzen, heb je toch echt      I3 = I1+I2  (bol1)   en   I=U/R    (bol 2)   nodig. 

Door: Garmt de Vries-Uiterweerd | Datum: Vrijdag 15 mei 2026, 10:32 uur

Ik heb dat ook veel gezien, helaas 0 punten.

Door: Carin Heere-Alkemade | Datum: Zondag 17 mei 2026, 11:29 uur

Ik heb wat lln die opschrijven U=IR en gaan redeneren met: R is overal gelijk en I ook dus U is overal gelijk.
Dan nog wat vaags richting de conclusie. 
Mijn vraag: kan ik hier het punt voor GEBRUIK U=IR geven?
(Volgens vakspecifieke regel moet het een relevante redenering zijn..)

Door: Garmt de Vries-Uiterweerd | Datum: Zondag 17 mei 2026, 12:15 uur

Ja, dat zou ik wel geven. Dat die redenering onjuist is, straf je bij de andere bolletjes af.