Vraag 05 |
||
|---|---|---|
|
Door: Ad Mooldijk
|
Datum:
Maandag
15
juni
2026,
10:51 uur
Noteer hier uw vragen, opmerkingen en reacties. |
||
Antwoord: |
||
|---|---|---|
|
Door: Geert van Schepen
|
Datum:
Dinsdag
16
juni
2026,
21:44 uur
(Bewerkt op: 16-06-2026 21:50)
Zelf heb ik de gevonden oppervlakte (met driehoeken i.p.v. hokjes tellen) meteen gedeeld door de snelheid (in m/s) om tot het antwoord te komen. Zo ook een leerling van mij. De derde bol (methode 2, overigens) lijkt me dus een onnodige tussenstap. Toepassen oppervlaktemethode en delen door snelheid dekt dan de eerste 3 bollen volgens mij. Overigens vond ik deze vraag wel erg ver gaan op het voortgezet onderwijs. Het is al heel wat als leerlingen in een weinig bekende grafiek doorhebben dat het vermenigvuldigen van assen een relevante grootheid oplevert, laat staan dat ze door moeten hebben dat dit pas lukt als je een as (of, zoals hierboven, de oppervlakte) nog moet delen door de snelheid. |
||
|
Door: Garmt de Vries-Uiterweerd
|
Datum:
Dinsdag
16
juni
2026,
22:00 uur
Ja, ik vond hem ook uitdagend. Oppervlakte delen door snelheid is prima. Als je netjes werkt, zie je aan de eenheden al dat dat is wat je moet doen. |
||
|
Door: Jacco Dankers
|
Datum:
Donderdag
18
juni
2026,
10:34 uur
De marge gaat weer over antwoorden in 1 significant cijfer. Dus alle berekeningen die uitkomen tussen 0,035 en 0,065 μSv en dan afgerond worden, vallen hierbinnen. |
||