Vraag 13

Vraag 13

Door: Ad Mooldijk | Datum: Maandag 15 juni 2026, 10:53 uur

Noteer hier uw vragen, opmerkingen en reacties.

Antwoord:

Door: Pielage | Datum: Dinsdag 16 juni 2026, 20:52 uur

Het eerste bolletje is het noteren van het tijdstip. 

Wat vinden we ervan als de eenheid niet is vermeld? Technisch gesproken is het dan geen tijdstip. Aan de andere kant is er geen twijfel mogelijk over wat hij bedoelt...

Door: Garmt de Vries-Uiterweerd | Datum: Dinsdag 16 juni 2026, 22:02 uur

Oei. De vraag is "geef aan" en niet "bepaal", dat geeft wellicht wat meer bewegingsvrijheid. Maar bij de uitkomst staat µs niet tussen haakjes, dus ik vrees dat het er toch wel bij moet.

Door: Ruben Koster | Datum: Woensdag 17 juni 2026, 15:41 uur

Mijn collega heeft over deze vraag een mail gestuurd naar het CvTE, omdat volgens hem leerlingen dit niet hoeven te weten. Ze hoeven enkel de richting van het magnetisch veld te kunnen bepalen aan de hand van de stroomsterkte, maar hoeven niets te weten over het verband tussen de grootte van de stroom en de grootte van het magnetisch veld. 

De reactie van de vakdeskundigen van het CvTE was:

De elektromagneet wordt in de syllabus genoemd als vakbegrip, en er kan dus bekend verondersteld worden dat de magneet sterker wordt als er meer stroom door (de spoel) loopt. Daaruit volgt dat de verandering van B groter zal zijn bij een grotere verandering van de stroomsterkte.

Zijn reactie daarop was:
 

Als het verband tussen de stroomsterkte in de spoel en de magnetische inductie kwadratisch evenredig is, dan geldt het volgende voor de verandering van de magnetische inductie als gevolg van de toename van de stroomsterkte:

Met  wordt

De inductiestroom is dan ook afhankelijk van de grootte van de stroom door de spoel en dus is niet gegarandeerd dat 11 μs inderdaad het tijdstip waarop de inductiestroom door de munt maximaal is. Dat kan ook een later tijdstip zijn.

 

Nu geeft het CvTE maar één keer een reactie op een vraag, maar als hier mensen zijn die zich hier ook in kunnen vinden, dan is het goed om ook daarover een vraag te stellen/een klacht in te dienen.

Door: Geert van Schepen | Datum: Woensdag 17 juni 2026, 18:05 uur

@ Ruben,

Als B evenredig is met I² dan vind je het maximum idd later dan het begin (vergelijkbaar met y = sin(x)cos(x) volgens mij). Echter, waarom zou dit verband gelden? Volgens mij is B recht evenredig met I, en dan is de maximale inductiestroom wel in het begin te vinden (vergelijkbaar met y = sin(x) die de maximale helling aan het begin kent). Figuur 6 ziet er vanaf 11 µs ook uit als een sinus.

Trouwens, in mijn ervaring kan je na een antwoord van het CvTE via je mail een reactie sturen op hun antwoord.

Door: Garmt de Vries-Uiterweerd | Datum: Woensdag 17 juni 2026, 19:01 uur

Waarom zou het lineaire verband gelden? Wij weten dat het zo is, maar de leerling hoeft dat niet te weten. (Zou het wel in Binas kunnen opzoeken, maar dat doet er niet toe.)

Door: Geert van Schepen | Datum: Woensdag 17 juni 2026, 22:18 uur

@ Garmt,

De vraag gaat misschien verder dan wat leerlingen op het voortgezet onderwijs horen te kennen. Maar wat ze wel horen te weten is dat inductiestroom evenredig is met fluxverandering, zodat er in ieder geval gezocht moet worden naar een maximale verandering van het magneetveld (door veranderende stroomsterkte). Zijn er praktisch trouwens leerlingen die behalve naar de verandering van stroomsterkte ook naar de stroomsterkte zelf kijken? Zo ja dan kan je vanuit je professionaliteit punten toekennen lijkt mij.