Vraag 22 |
||
|---|---|---|
|
Door: Ad Mooldijk
|
Datum:
Maandag
15
juni
2026,
10:56 uur
Noteer hier uw vragen, opmerkingen en reacties. |
||
Antwoord: |
||
|---|---|---|
|
Door: Ruben Koster
|
Datum:
Woensdag
17
juni
2026,
11:31 uur
Is het opschrijven van Ek = 1/2 m v2 genoeg voor het 2e punt? De stap van punt 2 staat niet expliciet in het voorbeeld van een antwoord. |
||
|
Door: Garmt de Vries-Uiterweerd
|
Datum:
Woensdag
17
juni
2026,
11:57 uur
Ik zie het als volgt. Er zijn vier relevante evenredigheden: b ∝ ∆λ ∆λ ∝ v (Ek ∝ v2 dus) v ∝ √Ek Ek ∝ T Alles combineren geeft b ∝ √T Van die evenredigheden is ∆λ ∝ v het 1e punt waard, v ∝ √Ek het 2e punt, en b ∝ ∆λ plus Ek ∝ T plus combineren het 3e punt. Voor het 2e punt zou ik dan echt wel v ∝ √Ek willen zien, alleen opschrijven Ek = 1/2 m v2 vind ik niet voldoende. |
||