Vraag 25 |
||
|---|---|---|
|
Door: Ad Mooldijk
|
Datum:
Maandag
15
juni
2026,
12:11 uur
Noteer hier uw vragen, opmerkingen en reacties. |
||
Antwoord: |
||
|---|---|---|
|
Door: Jeroen van Leeuwen
|
Datum:
Woensdag
17
juni
2026,
18:26 uur
(Bewerkt op: 17-06-2026 18:27)
Ik begrijp deze vraag alweer niet (zucht). Reactie #1 en #2 worden weergegeven als evenwichten! Bij elk van de evenwichten staat een reactiewarmte per mol CH4 aangegeven. Prima, maar de evenwichtspijl verteld verder niet hoe de ligging van het evenwicht is, en dus blijft onduidelijk hoeveel H2 en CO2 er ontstaat bij de gegeven reactiewarmte per mol CH4 Dit heeft tot gevolg dat ook voor de totaalreactie (CH4 + 2H2O --><-- CO2 + 4H2) het onduidelijk is hoeveel H2 en CO2 er ontstaat met de genoemde reactiewarmtes. De genoemde reactiewarmtes in het examen zijn berekend ervan uitgaande dat het aflopende reacties zijn (wat niet klopt volgens de figuur), waarbij gerekend wordt met de vormingswarmte van waterdamp: CH4: -0,75 + 2H2O: 2x -2,42 = -4,84 --> totaal beginstoffen = -5,59 x 10E5 J CO2: -3,935 + 4H2: 4x0 = -3,935 x10E5 J Delta E = -3,935 + 5,59 = 1,665 x 10E5 J per mol CH4 en dat is gelijk aan 206-41 = 165 kJ (dus endotherme totaalreactie). Vervolgens wordt in de opmerking boven vraag 25 en in het gegeven correctievoorschrift de reactiewarmtes voor een aflopende reactie gekoppeld aan het antwoord op opgave 24 die gaat over de reactieproducten van een evenwichtsreactie!? Ergo: de context klopt niet! Het gevolg is dat er dus veel méér energie nodig is dan de genoemde 165 kJ/mol CH4 om de productie van 1,0 kg H2 te bereiken..... Die extra energie hoeft dus niet perse van fossiele brandstoffen te komen om de gewenste reactietemperatuur of de vorming van stoom te bereiken, maar kan dus ook simpel het gevolg zijn van het feit dat het rendement van de totaalreactie kleiner dan 100% is. Een van mijn leerlingen formuleert het antwoord op opgave 25 als volgt..... 'vanwege de evenwichtsreactie'; lijkt mij toch tenminste 1p waard..... Ik heb deze maar weer naar het examenloket gestuurd..... |
||
|
Door: Casper Salemink
|
Datum:
Woensdag
17
juni
2026,
20:40 uur
Ik vind het vreemd hoe de leerling verwacht wordt te bedenken dat de energie die nodig is voor de opgetelde reactie (van twee evenwichten, maar dat terzijde) hoe dan ook uit stoken van fossiele brandstoffen moet komen. Niet dat dat het geval is, maar niets in de context of de vraag wijst hiernaar. Dit is testen van alledaagse kennis van de leerling. |
||
|
Door: Jeroen van Leeuwen
|
Datum:
Donderdag
18
juni
2026,
12:49 uur
En dit is de reactie van het examenloket: Je hebt gelijk dat er informatie ontbreekt m.b.t. de ligging van de evenwichten. Echter, deze informatie is voor leerlingen niet nodig om de vragen 24 en 25 juist te kunnen beantwoorden gezien alle overige instructies in de tekst vermeld staan. De leerlingen moeten de evenwichten hier als aflopende reactie beschouwen. Daarom is de volgende zin opgenomen: Als eindproducten uit deze reactie worden uitsluitend CO2en H2verkregen. Verder klopt het dat de totaal benodigde energie meer is dan simpelweg optellen van reactiewarmtes. Daarom stellen we ook dat dit ‘een groot deel van de extra CO2-uitstoot verklaart’. Een ander deel van de benodigde extra energie kan anders worden verklaard. En het klopt natuurlijk dat je niet per se fossiele brandstoffen hoeft te gebruiken. De vraag stelt echter, dat je moet uitleggen ‘hoe de extra uitstoot kan worden verklaard’. Dat je dan wel fossiele brandstoffen ergens voor nodig zult hebben is dan de meest logische denkstap. De contexten worden vaak versimpeld weergegeven op een manier dat leerlingen deze kunnen begrijpen. Mochten er leerlingen zijn geweest die op een juist alternatief antwoord gekomen zijn, dan geldt daarbij regel 3.3 voor de beoordeling en moeten scorepunten worden toegekend naar analogie of in de geest van het beoordelingsmodel. |
||