Door: Wouter den Boer
|
Datum:
Donderdag
18
juni
2026,
16:13 uur
Nou, dat is best wel pittig soms, voor de HAVO. Vele veelstapsvragen die op het VWO niet zouden misstaan.
Ter info, ik heb de volgende dingen naar het loket gestuurd:
Algemeen:
a Waarom ineens (tussen TV1 en TV2 in) afgestapt van het dikgedrukt voor de significantecijfersvraag?
b Bijlagen zijn fijn, maar waarom wordt geen rekening gehouden met dat er een antwoord moet worden gegeven dat groot genoeg is om gelezen te kunnen worden door zowel leerling als corrector? Een loep is niet een standaard benodigdheid. Het gaat hier specifiek om 21 en 23.
3.
a Wat is een mol repeterende eenheden polypropeen? Want polypropeen is geen repeterende eenheid.
b Waarom in eens afgestapt van het dikgedrukt voor de significantecijfersvraag?
12.
De taal intrigeert mij hier. Waarom is in de voorgaande tekst gekozen voor "behoorlijk" en in de vraag voor "redelijk"? In mijn ogen is dit voor de taalzwakke leerlingen een extra barierre in plaats van een hulp.
19.
a Waarom in eens afgestapt van het dikgedrukt voor de significantecijfersvraag?
21
a in zowel het rijtje bij de vraag als de uitwerking in het CV ontbreekt CO2 bij R1, zoals bovenaan pagina 11 genoemd is. Is dit een fout? Valt dit onder bolletje 3?
b Die ... zijn veeel te klein voor de antwoorden. Er is ruimte genoeg op het blad. Waarom is dan hiervoor gekozen?
23.
a Het is leuk dat er wordt voorkomen dat er zo'n ingewikkelde stof moet worden getekend, maar dit is echt een vervelende vorm. Normaal wordt veel leerlingen aangeleerd om na het vermenigvuldigen en optellen weg te strepen. En dan nogmaals noteren. Het format is een probleem en nodigt uit tot onzinfouten. Kan dit niet anders?
b er is echt te weinig ruimte na de pijl voor het aantal deeltjes, als je ook maar een beetje normaal handschrift hebt. Zelfs als je in je hhofd wegstreept.
26
a Dat een stof vast is, wil niet zeggen dat het de grootste dichtheid heeft. Dit is mijns inziens een fout in het examen.
27
a er ontbreekt de (aq) bij de gegeven vormingswarmten. Juist door de rest van de vraag wordt de aandacht gevestigd op de fase. Hier kan een slimme leerling behoorlijk klem op lopen.
30
a de vraagstelling zorgt ervoor dat dit IEDER aminozuur kan zijn. Hoeft niet eens voor te komen in tabel 67H1. Nergens blijkt uit dat enkel threonine een beingstof is, volgens mij. Of lees ik dat verkeerd? Of dat er maar 1 molecuul throenine bij de omzetting betrokken is.
b er ontbreekt een antwoord bij de opmerking: aminoetaanzuur.
c Waarom is de structuurformule ook een antwoord dat goedgekeurd mag worden? De vraag stelt toch "geef de naam.."?
|