Vraag 26

Vraag 26

Door: Jacco Dankers | Datum: Woensdag 20 juni 2018, 11:46 uur

In vraag 26 kan de leerling kiezen welk van de drie pieken in de grafiek hij/zij gebruikt. Echter: de tweede piek (de 5e boventoon) levert een andere uitkomst dan de andere twee pieken, namelijk 1,7x102 Hz, ipv 1,8x102 Hz. Ik weet niet of dit is meegenomen in de keuze voor de gegeven marge, maar dit betekent dat een leerling die deze piek kiest een foutenmarge heeft die niet gecentreerd is rondom het beste antwoord. Daardoor heeft deze leerling meer kans heeft om buiten de marge te komen.

Volgens mij had de tweede piek in figuur 3 eigenlijk bij f = 1080 Hz moeten liggen en niet bij f = 1040 Hz, waar hij nu ligt.

Hierover heb ik inmiddels een opmerking naar het examenloket gestuurd, met de suggestie dat er een aanvulling op het correctievoorschrift komt zoals: "Als een kandidaat voor de bepaling gebruik maakt van de piek van de 5e boventoon, dan is de uitkomst: f = 1,7x102 Hz (met een marge van 0,2x102 Hz)"

Antwoord:

Door: Jacco Dankers | Datum: Donderdag 21 juni 2018, 10:37 uur

Het examenloket reageert als volgt: Het klopt dat leerlingantwoorden kunnen verschillen afhankelijk van de piek die de leerling gebruikt. De marge is dermate ruim dat alle acceptabele leerlingantwoorden daar binnen vallen."

De marge is inderdaad behoorlijk ruim, dus leerlingen zullen hierdoor vast niet snel in de problemen komen. Toch had ik liever gezien dat er gekozen was voor een grafiek met drie pieken die op hetzelfde antwoord uitkomen. Dat had mij nog iets eerlijker geleken.