Vraag 04

Antwoord:

Door: de With | Datum: Woensdag 13 mei 2026, 07:48 uur (Bewerkt op: 13-05-2026 07:48)

Inderdaad verwarrende opgave. Moest hem ook een paar keer lezen. Dat beeldje 5 hier getoond wordt, werkt als een afleiding. In principe moeten kandidaten daarmee om kunnen gaan, maar ik zie veel verwijzingen naar 'beeldje 5' in de antwoorden.
Ik heb ook niemand die deze vraag volledig goed maakt. Jammer.

 

Even over het relatief bewegen en het vergelijken van de horizontale afstand tussen S en M voor en na de botsing.

Stel: Als de heer Stapp uiteindelijk dubbelgeklapt in de stoel ligt, beweegt hij niet meer relatief t.o.v. M, dus dan is de relatieve beweging opgehouden, maar dan is Δx tussen S en M wel groter geworden. Dus het antwoord alleen baseren op afstand is niet correct. De snelheid lijkt me essentiëel.

Door: Hutjens | Datum: Woensdag 13 mei 2026, 15:59 uur

Wat vinden jullie van de volgende variant:

"Op beeld 17 (t = 0,34s) ligt S op x = 0m en M op x = -0,28 m. Na beeld 17 zal S nog terugbewegen tot hij weer recht boven M zit. De beweging duurt dus langer dan 17 beelden en dus 0,34 s. Aya heeft dus geen gelijk. "

 

- 'S moet nog terugbewegen' is een beetje onhandig verwoord... Deze leerling had beter kunnen zeggen dat hij nog extra naar achteren moet bewegen t.o.v. M. 

Maar dan nog ....:

- Mag je ervan uitgaan dat S en M weer boven elkaar liggen na de botsing? Als dat het geval is, dan zijn opmerkingen over posities wel kloppend.

Ik denk dat we hier niet zo maar van uit mogen gaan. Na een botsing zit je niet per se weer zoals je voor een botsing begon. Wat vinden jullie?
 

Door: Garmt de Vries-Uiterweerd | Datum: Woensdag 13 mei 2026, 20:14 uur

Nee, ik vind dat geen punten waard (zie ook notulen). Dat S en M weer terugkeren naar hun oorspronkelijke onderlinge positie is helemaal geen gegeven. Je mag die aanname dus niet gebruiken in je uitleg.

Door: Reeuwerd Straatman | Datum: Donderdag 14 mei 2026, 14:22 uur

Toen ik deze vraag de eerste keer las dacht ik dat je wederom die tijd van 0,34 s moest aantonen.

Na nog een paar keer goed lezen kwam ik erachter dat het om de relatieve snelheid ging tussen S en M. Als een docent het al niet meteen door heeft, hoe kun je dat van een leerling wel verwachten?

Wacht even... Ik had de vraag toch nog steeds niet door, want ik begon met beeldje 5 en afstanden te klooien. Mijn eerstvolgende reactie, toen ik de vraag wél door had, was: "wat heeft beeldje 5 hiermee van doen?"

Heel verwarrend dus voor leerlingen om het over beeldje 5 te hebben in de stam, maar deze niet nodig te hebben voor het antwoord. Ik zie toch veel van mijn lln worstelen om iets met beeldje 5 te doen. Dit levert vooralsnog bij (bijna) niemand punten op.

Daarnaast staat "beweging kunnen analyseren uit x, y-diagrammen" nergens in de syllabus. M.a.w. deze vraag zou i.m.o., om meerdere redenen (o.a. bovengenoemde), geschrapt moeten worden.

Door: Garmt de Vries-Uiterweerd | Datum: Donderdag 14 mei 2026, 14:58 uur

@Reeuwerd: laat het weten via het examenloket!

Door: Peters | Datum: Vrijdag 15 mei 2026, 16:10 uur (Bewerkt op: 15-05-2026 16:41)

@ Hutjens | Datum: Woensdag 13 mei 2026, 15:59 uur

Wat vinden jullie van de volgende variant:
"Op beeld 17 (t = 0,34s) ligt S op x = 0m en M op x = -0,28 m. Na beeld 17 zal S nog terugbewegen tot hij weer recht boven M zit. De beweging duurt dus langer dan 17 beelden en dus 0,34 s. Aya heeft dus geen gelijk. "

Waarom niet beide bolletjes? Een leerling kan toch het inzicht van het verschil in snelheid van van S t.o.v. M. vertwoorden als de beweging van S t.o.v. M? (de lln schreef: "Na beeldje 17 zal  S nog terugbewegen..."

 

P.S.1: Welicht kan iemand mij ook de opmerking uit de notulen toelichten:

"- Beweging t.o.v. elkaar betekent niet op dezelfde plaats zijn, maar het moet een verschil in snelheid zijn"

Als twee dingen t.o.v. elkaar bewegen kan dat toch niet anders dan dat ze een verschil in snelheid t.o.v. elkaar hebben?

 

P.S.2: Ik sluit me overigens aan bij de vele gehoorde klachten over deze vraag. De opgave verwijst naar 2 beeldjes waarin de markeringen M en S zijn weergegeven en vervolgens wordt gevraagd of de beweging van M t.o.v. S dan wel of niet 0,34 s duurt. Het is m.i. dan heel logisch dat (lln denken dat) de beweging van M t.o.v. S tussen beeldje 0 en 5 wordt bedoeld en de waarde van 5*0,02 = 0,1s moet worden berekend voor de conclusie.

Door: Garmt de Vries-Uiterweerd | Datum: Vrijdag 15 mei 2026, 16:29 uur

Veel leerlingen redeneren aan de hand van "S komt weer boven M te liggen, pas dan is de beweging voorbij". Maar dat hoeft helemaal niet, M en S kunnen best dezelfde snelheid hebben en toch niet op dezelfde x zitten. Het antwoord moet echt gaan om de onderlinge snelheid, niet om de onderlinge positie. Dat is wat die opmerking in de notulen bedoelt.

Door: Peters | Datum: Vrijdag 15 mei 2026, 16:49 uur (Bewerkt op: 15-05-2026 16:51)

Ongeacht of die extrapolatie correct is ging het mij hierom; als leeringen stellen dat S weer boven M zal komen te liggen impliceert dat dat ze weten dat er een onderling snelheidsverschil moet zijn en dit hoeft niet als zodanig benoemd te worden als er staat 'inzicht dat...' 

Door: Garmt de Vries-Uiterweerd | Datum: Vrijdag 15 mei 2026, 19:02 uur

Ah, op die manier. Ik heb wel wat moeite mee dat de bewering dat S weer boven M zal gaan liggen zonder dat duidelijk wordt hoe dat volgt uit de figuur. Is het dan inzicht, of een verwachting? Maar bol 1 vraagt nog niet om informatie uit de figuur, alleen om een inzicht in wat er bekeken moet worden. Dus ik twijfel of ik het voldoende vind. 

Door: Ruud Brouwer | Datum: Zaterdag 16 mei 2026, 11:05 uur

In vraag 4 wordt getest of de kandidaat inzicht heeft in de relatieve beweging tussen punt M en S. 
Binnen Domein C van de syllabus 2026 natuurkunde bestaat de term "relatieve beweging" helemaal niet. Er is geen enkele specificatie, subdomein, formule of tekstregel in Domein C die deze term gebruikt. Ik heb het examenloket gevraagd of deze vraag om deze reden dan ook niet uit het examen gehaald moet worden. Ik kreeg daar dit antwoord op: 

“In de syllabus is in subdomein A8 ook gespecificeerd dat:
‘De kandidaat kan informatie verwerven en selecteren uit schriftelijke, mondelinge en audiovisuele bronnen, gegevens halen uit grafieken, tabellen, tekeningen, simulaties, schema’s en diagrammen.'
Daarmee valt het gevraagde binnen de syllabusstof.
"Tevens staat in de 3e alinea van het voorwoord van de syllabus expliciet vermeld ‘dat op een CE ook iets aan de orde komt dat niet met zo veel woorden in deze syllabus staat.' "

'Met niet zoveel woorden' betekent gewoon dat relatieve beweging er dus niet in staat (en eigenlijk niet gevraagd had mogen worden). Natuurlijk is beweging altijd relatief, maar tot nu toe in de examens altijd ten opzichte van de vaste grond en niet in de ingewikkelde situatie van bewegend punt M tov bewegend punt S met daarboven allerlei misleidende zinnen en afleidende foto's van een punt 5 dat er niet toe doet. Het is niet voor niets dat vrijwel geen enkele leerling iets snapt van deze opgave. Het is voor mij een nieuwe en verontrustende ontwikkeling dat vragen buiten de specificaties om op het CSE gesteld kunnen worden omdat het voorwoord (wat regelt een voorwoord eigenlijk?) van de syllabus die ruimte biedt.