Antwoord: |
||
|---|---|---|
|
Door: Matthijs Toussaint
|
Datum:
Dinsdag
19
mei
2026,
15:39 uur
(Bewerkt op: 19-05-2026 15:48)
Veel varianten... @Pier, voor bol 3 moet de leerling iets tegengestelds doen aan de rand als wat er in het midden gebeurt. Als de leering de vorm in het midden niet dikker maakt, maar wel een aanpassing aan de rand doet, dan zou de tegenstelling 'wel iets doen' en 'niet iets doen' zijn. Wel een dunne beredenering.. hoe zien anderen dit? Ik heb bijv. leeringen die niet dikker maken in het midden, maar juist aan de rand... wel tegengesteld, maar het verkeerde inzicht. leerlingen die het inzicht voor bol 1 verkeerd hebben en consequent een tekeningetje maken lopen ook punten mis in dit beoordelingsmodel... Ik heb een leerling die stelt dat de intensiteit in het midden lager is en daarom de randen juist dikker maakt. In het midden laat ie 'm hetzelfde... |
||
|
Door: Garmt de Vries-Uiterweerd
|
Datum:
Dinsdag
19
mei
2026,
15:44 uur
"inzicht dat de aanpassing van de dikte van het filter in de buurt van de rand tegengesteld is aan die in het midden", dus als je in het midden het filter niet dikker of dunner maakt loop je bol 3 mis, vind ik. |
||
|
Door: Jaco van Gorkom
|
Datum:
Donderdag
21
mei
2026,
15:27 uur
(Bewerkt op: 21-05-2026 15:44)
Ik zie nu pas dat hier een onduidelijkheid in de vraagstelling zit. De opdracht aan de leerling is "een meer homogene bundel, zonder extra verlies aan gemiddelde intensiteit". Wij als docenten willen het natuurlijk zo mooi mogelijk doen, dus met exact dezelfde gemiddelde intensiteit. Ook het voorbeeld van een antwoord en de puntenverdeling gaan uit van dat streven. Het staat echter niet in de opdracht, terwijl dat prima had gekund: "zonder dat de gemiddelde intensiteit verandert". Ook aan de doelstelling van de ontwerpers (38%) wordt niet gerefereerd, dus die maakt geen deel uit van de opdracht aan de leerling. Conclusie: in het midden even dik en in de buurt van de rand dunner kan volledig juist zijn en passen bij een leerling die de opdracht goed en letterlijk gelezen heeft. De gemiddelde intensiteit is dan iets hoger dan 38%, dus er is geen extra verlies. De formulering van de bolletjes doet in het geval van een volledig juist antwoord niet terzake. |
||
|
Door: Jaco van Gorkom
|
Datum:
Donderdag
21
mei
2026,
15:51 uur
Overigens heeft mijn leerling ook in de onderste figuur duidelijk aangegeven welke intensiteitsverdeling hij beoogt met zijn aanpassing. Ik weet niet of ik het zonder die toelichting ook snel goed zou rekenen. |
||