Antwoord: |
||
|---|---|---|
|
Door: Belgraver
|
Datum:
Woensdag
20
mei
2026,
21:32 uur
Over de "polaire kop": Polair is een micro-aanduiding en het ion kan je niet polair noemen, die term gebruiken wij docenten niet bij ionen; ion heeft een lading én in dit geval heeft het ion ook geen polaire binding. Duidelijk voor docenten. De kop van de fosfolipide is wél polair want het heeft een ongelijke ladingverdeling, maar is dat relevant? Als je de vertaalslag naar macro maakt is het detail ineens niet meer zo prominent aanwezig: fosfolipiden hebben een hydrofiele kop (en het ion is ook hydrofiel dus blijft het bij de kop hangen voor 2e punt). De "hydrofiele kop" aanduiding is nu ineens de relevante eigenschap. Dit zijn aanduidingen die we leerlingen aanleren als we het over zeep hebben. Deze vraag hoeft niet op micro-niveau beantwoord te worden, voor leerlingen zijn hydrofiel en polair uitwisselbaar. Een polaire kop lijkt mij daarom wel een relevante eigenschap (1e punt) maar het is voor een leerling lastig om te verklaren waarom het ion bij een polaire kop wil blijven. Voorbeeld antwoord 2 en 3 geven dit probleem al aan: wordt het ion nu aangetrokken of afgestoten? Wie het weet mag het zeggen. Polaire kop lijkt mij juist en het ion heeft interactie met de polaire kop (aanstoting of aftrekking welke kant de leerling maar op wil, als het maar consequent is). |
||
|
Door: Wouter den Boer
|
Datum:
Woensdag
20
mei
2026,
22:33 uur
Maar het gaat niet om het blijven bij de kop...het gaat om het niet verder gaan door de staartlaag. Ik vind dat dit wel degelijk blijkt uit de vraag (het niet passeren). Anders kan je ook redeneren dat het graag in het water wil blijven in de extracellulaire ruimte... |
||
|
Door: Jukes
|
Datum:
Woensdag
20
mei
2026,
22:43 uur
@Wilke Het gaat om de interactie tussen het celmembraan en het hypochloriet-ion, dus daarom denk ik dat je de relevantie van de eigenschap van fosfolipide niet los kunt zien van de veronderstele eigenschappen van het ion. @Wouter den Boer Dat is eigenlijk natuurlijk de enige juiste verklaring; de ionen worden niet zozeer afgestoten door de hydrofobe binnenkant van het celmembraan, maar aangetrokken door waterige omgeving buiten de cel. |
||
|
Door: Schaareman
|
Datum:
Donderdag
21
mei
2026,
09:13 uur
(Bewerkt op: 21-05-2026 09:22)
BAM het eerste antwoord.... ClO- is apolair (met delta EN berekening), ds afgestoten door polaire kop van membraan. ClO- apolair noemen is natuurlijk fout, noemen dat de kop van het membraan geladen is, gezien voorbeeldantwoord 3, is wel een relevante eigenschap, maar is de kop polair of hydrofiel noemen hetzelfde? Ik lees hierboven dat de twijfel naar boven afgerond wordt...
|
||
|
Door: Arjan van Ginneken
|
Datum:
Donderdag
21
mei
2026,
15:50 uur
(Bewerkt op: 21-05-2026 16:01)
Ik krijg zelf een beetje jeuk van het begrip "afstoten" bij polair en apolair. Niet binden =/= afstoten. Anyway ... Mij viel op dat bij voorbeeldantwoord 1 "interne omgeving" expliciet wordt genoemd terwijl bij antwoord 2 en 3 "(aan de buitenkant)" tussen haakjes staat. Wat mij betreft niet consequent. Overigens vind ik het goed nakijken. Het eerste punt gaat om de fosfolipide laag. Alles met hydrofiele/gleaden kop of hydorfobe staart levert *1 op. Zodra er iets onzinnigs gezegd wordt over ClO-, ClO- is apolair etc, vervalt *2. Gaat vrij vlot. |
||
|
Door: Jeroen van Leeuwen
|
Datum:
Vrijdag
22
mei
2026,
09:46 uur
Het volgende antwoord illustreert wat de gevolgen zijn van de tekst in het examen 'het chloor atoom in HClO en ClO- kan beschouwd worden als een Cl+ deeltje: 'de kopjes van fosfolipiden zijn positief geladen omdat ClO- als Cl+ kan worden gezien zullen het kopje van de fosfolipiden en Cl+ elkaar afstoten' Is geen spelt tussen te krijgen.... gezien de NH3+ groep van fosfolipide in BiNaS T67G3.... Ik ga voor 2 punten, benieuwd wat de 2e corrector daar van zegt.... |
||
|
Door: Wouter den Boer
|
Datum:
Zaterdag
23
mei
2026,
10:34 uur
Gisteren tijdens Kringoverleg was een biologisch gestudeerde collega die aangaf dat een celmembraan in de biologie altijd als hydrofoob wordt gezien. Dus zonder plaatstaanduiding van hoe dit dan wordt veroorzaakt. Ik was het er niet direct mee eens, maar de argumenten klopten. Dus heb ik mijn mening bijgesteld...je hoeft niet te noemen welke plek in het membraan welke eigenschappen heeft. Je mag ook de eigenschap als totaal van het membraan benoemen. En ja, dan begrijp ik ook het eerste bolletje beter, waar staat "relevante eigenschap van het celmembraan." |
||