Vraag 22

Vraag 22

Door: Ad Mooldijk | Datum: Woensdag 15 april 2026, 14:20 uur

Plaats hier uw vragen, opmerkingen of overdenkingen.

Antwoord:

Door: Gertien Smits | Datum: Woensdag 20 mei 2026, 10:57 uur (Bewerkt op: 20-05-2026 10:57)

drie niet gewone denkstappen, waar niet begrijpen van 1) doorwerkt in de hele som:

1) het andere product kan ook verkocht worden moet geinterpreteerd worden als: gewenst product = alles. Op zich heel erg goed inzicht. Als deze vraag als losse vraag gesteld zou zijn (wat voor consequentie heeft het voor de atoomeconomie als ook het andere product verkocht kan worden) een super inzichtvraag. Nu... gaan bijna alle leerlingen een atoomeconomie berekenen met het gegeven gewenste product. Past niet in antwoord, ook niet in de opmerking, of mag ik een correcte berekening onder de opmerking laten vallen?

2) Afval = massa alle beginstoffen - massa gewenst product. Dat is zo, en weer een heel goed inzicht, maar zeker met de beschreven afvalstroom (vervuild proceswater) EN het niet begrijpen van de hint uit 1) niet de gebruikelijke manier. Ik heb maar 1 leerling die gewoon het afval in de teller zet. Nog een paar die er iets mee proberen te doen, maar niet weten hoe.

3) Met massa's producten is wel veel meer geoefend dan met voorstaande, maar meestal natuurlijk toch de massa's beginstoffen, zeker omdat de leerlingen nu vaak niet begrijpen dat ze de gegeven afvalstroom kunnen gebruiken, en 2 gewenste producten hebben ipv maar 1. Hier werkt dus die opmerking over het verkochte tweede product door in de verwerking van de gegevens, als je dat niet snapt.... Mag ik de berekening van de molaire massa's van de beginstoffen ook goedrekenen? Want die willen bijna alle leerlingen gebruiken....

Door: Jeroen van Leeuwen | Datum: Woensdag 20 mei 2026, 11:00 uur

Ik vond deze vraag bij het lezen heel verwarrend...

In een standaard atoomeconomie vraag is er één gewenst product + bijproducten... Nu kan het bijproduct ook nuttig gebruikt worden dus atoomeconomie is 100%.

Maar leerlingen schieten hierdoor in de stress; wat moet ik nou antwoorden? En dan blijkt dat in het antwoordmodel toch beide antwoorden worden goedgerekend..... Wat is dan het nut om dit te vragen?

Door: Schaareman | Datum: Woensdag 20 mei 2026, 20:03 uur

Ik had zelf de tekst niet goed gelezen (..) en ging dus door op alleen propeenoxide, gevolg; een atoomeconomie van 44. Ik las het cv... helaas... maar nu lees ik (na bovenstaande opmerkingen) de opmerking nog eens goed; dat is dus wèl goed???

Maar.... als je de atoomeconomie van alleen propeenoxide goed rekent, dan moet je dat consequent óók doen voor de E-factor, anders slaat het ook echt nergens op.... (makkelijk op te lossen door er twee aparte vragen van te maken maar misschien dat de heilige toetsmatrijs een maximum aantal vragen voorschreef...) 

Daar is uit te komen, door de massa's van de producten en het afval bij elkaar op te tellen (levert een massa van 140 (kg) op) en daar vervolgens in de normale formule van de E-factor mee door te rekenen volgens mij een E-factor van 1,41 op. Maar daar staat niets over in het cv... Dus het cv is intern inconsistent en daar wordt ik altijd wel wat droevig van... 

Door: Wouter den Boer | Datum: Woensdag 20 mei 2026, 23:11 uur

Ik vind het ook verwarrend...waarom is een stof die je toevallig ook kan verkopen een gewenst product van een productieproces geworden? 

En dat doorwerken...daar denk ik ook zo over...maar welke antwoorden of veel erger....combinaties van antwoorden zijn dan goed. Wat als bij de AE niet en bij de E wel en als bij de AE wel en E niet en. en ..en..

Door: de Kruif | Datum: Donderdag 21 mei 2026, 09:47 uur

@Schaareman, dat terugrekenen gaat volgens mij niet want ze hebben bij afvalstroom opgeschreven dat dit ook deels vervuild proceswater is.

Door: Theelen | Datum: Donderdag 21 mei 2026, 10:22 uur

Ik was het CV van deze vraag aan het herlezen, en vroeg me af waarom bij B3 alleen over het omrekenen vanuit propeenoxide naar de totale massa product wordt gesproken. Ik kan  maar 1 reden bedenken en dat is om te ondervangen dat B3 en B4 nog scoorbaar zijn bij de berekening van de E-factor als leerlingen 2-MP-ol niet meenemen.
Of B2 dan nog scoorbaar is (er staat massa'S) betwijfel ik?

Door: Jukes | Datum: Zaterdag 23 mei 2026, 12:13 uur (Bewerkt op: 23-05-2026 12:47)

De opmerkingen van @Schaareman en @de Kruif zetten me aan het denken; ik ben op basis daarvan tot de conclusie gekomen dat deze vraag met de gegeven informatie niet beantwoord kan worden. De Kruif geeft terecht aan dat volgens de tekst de afvalstroom deels uit vervuild proceswater bestaat, wat noch een beginstof, noch een reactieproduct is. De E-factor heeft echter alleen betrekking op stoffen die deelnemen aan of ontstaan bij de reactie (net als de atoomeconomie en het rendement). Het proceswater moet hierin niet worden meegenomen. Omdat we niet weten welk deel van het afval vervuild proceswater is, is het op basis van de gegeven informatie onmogelijk om de E-factor uit te rekenen.

Ik heb dit ook maar even gemeld bij het Examenloket.

Door: Jukes | Datum: Zaterdag 23 mei 2026, 18:39 uur (Bewerkt op: 23-05-2026 18:40)

Ik heb de volgende opmerking gestuurd naar het Examenloket:

Volgens de tekst bestaat de afvalstroom deels uit vervuild proceswater, wat noch een beginstof, noch een reactieproduct is. De E-factor heeft echter alleen betrekking op stoffen die deelnemen aan of ontstaan bij de reactie. Het proceswater moet hierin niet worden meegenomen. Omdat we niet weten welk deel van het afval vervuild proceswater is, is het op basis van de gegeven informatie onmogelijk om de E-factor uit te rekenen.

Hierop kreeg ik de volgende reactie:

Je geeft aan dat de E-factor alleen bestaat uit beginstoffen en reactieproducten. Wij willen graag wijzen op de Sheldon definitie waarbij ook oplosmiddelen en zelfs brandstoffen meegenomen dienen te worden. (Sheldon; It takes the chemical yield into account and includes reagents, solvents losses, all process aids and, in principle, even fuel (although this is often difficult to quantify). There is one exception: I generally excluded water from the calculation of the E-factor.) Er wordt wel aan gegeven dat water buiten de e-factor valt, maar gezien er hier geschreven wordt over vervuild proceswater gaat dat niet op.

Wij erkennen de exacte benadering van de theorie, maar in de schoolscheikunde wordt de situatie gesimplificeerd om het gebruik van het begrip E-factor toegankelijk te maken voor leerlingen. Waarbij dit herleid kan worden door massa afval/ massa gewenst product. Dit wordt derhalve consequent toegepast in de examens. 

Wij begrijpen dit verwarrend zou kunnen zijn en deze input nemen we mee bij de evaluatie van dit examen.

Ik geloof graag dat prof. Sheldon een bredere definitie voor zich zag, maar de manier waarop de E-factor is gedefinieerd in Binas en in (de meeste? alle?) lesmethoden gaat toch echt alleen uit van de stoffen die worden omgezet en ontstaan in de reactie. Dan kun je niet op het CE ineens een andere definitie hanteren.

Door: Schaareman | Datum: Zondag 24 mei 2026, 12:18 uur (Bewerkt op: 24-05-2026 12:19)

Het verslag van de examenbespreking (en de bespreking in de kring zelf) stellen mij ietwat gerust (ondanks een foutje in het verslag; er wordt over bol 2 gesproken in het verslag maar dat moet bol 3 zijn). Een focus op alleen propeenoxide als gewenst product kost alleen bol 3 (en niet 2 dus..)

Atoomeconomie met alleen propeenoxide komt uit op 44 (43,9..) en is dus (wegens opmerking) het eerste bolletje.

Alleen propeenoxide geeft een E-factor van 1,4 (1,41 maar 1,42 kan ook met wat afrondingen) dit is dus mijns inziens 2 punten. 1 Puntje omdat je het (..) zinnetje over 2-MP-ol niet hebt gelezen.. a la. (Gecombineerd met een atoomeco van 44 voor 1p dus 3 van de 4p in totaal.)

Als je overigens het rendement uitrekent (met de gegevens die er zijn, op de manier die dus de theorie die kennelijk door prof. (dr. ir. ?) Sheldon (Penny..) wordt geëtaleerd) kom je op 94% en van daaruit is de "normale" E-factor manier uit te voeren. Kost wel weer lekker wat extra tijd (zowel voor leerlingen als bij het nakijken..). 

Door: Laura ter Stege | Datum: Zondag 24 mei 2026, 12:57 uur

Krijgt een leerling ook een punt voor de molaire massa's als ze ze niet apart berekenen, maar gelijk totaal 132,2 g/mol?