Vraag 23

Vraag 23

Door: Ad Mooldijk | Datum: Woensdag 15 april 2026, 14:21 uur

Plaats hier uw vragen, opmerkingen of overdenkingen.

Antwoord:

Door: Gertien Smits | Datum: Dinsdag 19 mei 2026, 19:12 uur

bol 2: bindingshoek uit figuur 1, hoe? Nameten met geodriehoek? Ik zie: gelijkzijdige driehoek "aannnemen". Maar in binas zijn de gegeven bindingslengste C-C en C-O niet gelijk. Ik vind bol 1 logisch (hoewel ik getalletjes uit het hoofd leren stom vind) en iig duidelijk vanuit VSEPR, maar bol 2 niet. De leukere vraag was natuurlijk geweest waarom deze groep, vergeleken met een "normale" tetraederstructuur, reactiever is....

Door: Vincent Osinga | Datum: Dinsdag 19 mei 2026, 23:30 uur

Ik zit er ook mee, heb een leerling die zegt. Ik denk dat die ongeveer 45 graden zal zijn, de driehoek zal vast niet gelijkbenig zijn. Is dat dan fout, als je daarmee inziet dat het iig anders is dan de 109 graden?

Door: Arjan van Ginneken | Datum: Woensdag 20 mei 2026, 11:22 uur

Idem. Die 109 graden paraat hebben vind ik al een beetje onzin, maar OK. De driehoek is niet gelijkzijdig maar gelijkbenig. Leerlingen gaan hie snel twee punten kwijt raken als ze de exacte hoeken niet goed benoemen.

Door: Jeroen van Leeuwen | Datum: Woensdag 20 mei 2026, 14:36 uur (Bewerkt op: 20-05-2026 14:49)

De verwachtte hoek van 109 graden bij de bol 1 is ook fout! De centrale atomen in CH4, NH3 en H2O (en H2S) hebben allemaal omringingsgetal 4, maar de bindingshoek is alleen de ideale 109 graden als alle 4 de groepen rondom het centrale atoom hetzelfde zijn. Door de aanwezigheid van vrije elektronen, die meer ruimte claimen dan de elektronen in atoombindingen wordt de hoek dus kleiner (van 109 (in CH4 of CCl4) --> 106,7 (NH3) --> 104,5 (H2O) of zelfs nog kleiner 92,1 (H2S).

Inderdaad, de ringstructuur in propeenoxide is géén gelijkzijdige driehoek!

Ik heb hierover een melding gedaan bij het examenloket. Antwoord zal ik hier posten.

 

Door: Marieke Bode | Datum: Woensdag 20 mei 2026, 16:26 uur

Eens met bovenstaande commentaren. Verder vraag ik mij af hoe moet het (ongeveer) 109 en (ongeveer) 60 geïnterpreteerd worden. Mag dan 109,5 ook goedgekeurd worden (dat zeggen veel leerlingen omdat het te vinden is in Binas als bindingshoek in methaan). Is 106,2 ook ongeveer 109?

Door: Jeroen van Leeuwen | Datum: Woensdag 20 mei 2026, 19:01 uur

En hier het antwoord van de examenlijn op de hoeken in propeenoxide:

Bedankt voor de feed-back. Wij hebben dit voorgelegd aan de examenmakers en ontvingen de volgende reactie: 

Je geeft aan dat de bindingshoek tussen C-O-C niet gelijk is aan 109 en dat dit niet direct af te leiden is aan het omringingsgetal 4, wegens verschillende karakters van de type bindingen.  Echter, is in de syllabus voor het VWO scheikunde examen van 2026 opgenomen bij Sfeer 4 materie, M1 deeltjesmodellen, specificatie 16 ''4-omringing: tetraëder, bindingshoek ongeveer 109°''. Gezien hier staat ongeveer 109, zijn wij het met de voorbeelden die u geeft eens. Maar wij vinden dat leerlingen dus zelf tot een redenatie van ''ongeveer'' 109 moeten komen. Daarbij staat in de vraag (en het CV) dat het hier gaat om een verwachtte bindingshoek, niet een exacte bindingshoek. 

Ook geef je aan dat de bindingshoeken in propeenoxide geen 60 zijn, gezien dit niet beschouwd kan worden als gelijkzijdige driehoek. Deze aanname is een vereenvoudiging van de werkelijkheid, die naar ons inzicht passend is bij de kennis van de kandidaten.

Wij mogen helaas niet aangeven of specifieke antwoorden wel of niet goedgekeurd mogen worden.  Daarmee zouden wij op de stoel van de corrector gaan zitten, en dat is niet de bedoeling. Het is aan de corrector om vanuit eigen professionaliteit te bepalen of bij het gegeven antwoordalgemene regel 3.3 kan worden toegepast. Over de toepassing van deze regel is een artikel opgenomen op examenblad. Je vindt het onder 'aanvullende informatie', 'alternatieve antwoorden in het ce'. In overleg met de tweede corrector kun je besluiten nemen die erop gericht zijn om niet te rekkelijk of te precies na te kijken. Op de website over de Examenlijn (Examenlijn | 2026 | Examenblad.nl) kan er gelezen worden over wat te doen bij twijfel.

Dus opnieuw: regel 3.3 toepassen!

Door: de Kruif | Datum: Woensdag 20 mei 2026, 20:04 uur

Ik heb overlegd met mijn wiskunde collega's, maar gelijkbenige (of gelijkzijdige) driehoeken en de hoeken daarvan zitten niet in wiA op vwo en (itt tot Faraday) staat deze ook niet in de Syllabus. Dus ik vind dat 45 graden zoals hierboven iemand schreef (sorry weet je naam niet meer) een prima "ongeveer" en 109,5 zeker ook prima "ongeveer" voor de tetraëder-hoek. Ik vind het flauw om iets zo specifieks te vragen uit Wiskunde B, terwijl veel lln alleen wiA hebben.

Door: Schaareman | Datum: Woensdag 20 mei 2026, 20:11 uur

Ik ga maar niets hierover insturen aangezien het antwoord hierboven al staat; zoek het uit met je tweede corrector. Maar elke redelijke hoek die past in een plaatje zoals gegeven (dus mijns inziens ook 45 graden) ga ik voor het tweede punt. 

Het is toch wel hartverwarmend hoeveel er aan het overleg wordt toevertrouwd.... (ik schiet even in de cynische modus...)

Door: Wouter den Boer | Datum: Woensdag 20 mei 2026, 23:20 uur

45 graden vind ik echt te grof. Zou betekenen dat de andere (aan elkaar gelijke) hoeken 67,5o zijn. En dat is toch wel raar, niet?

Door: de Kruif | Datum: Donderdag 21 mei 2026, 09:35 uur

@ Wouter dan ga je ervanuit dat lln weten dat het totaal 180 moet zijn, maar dat weten ze dus niet en is niet aan ons vak om te toetsen. Bovendien is dat plaatje bepaald geen wiskundige figuur.