Voorwoord: Open

Jan Jaap Wietsma

Het voorwoord van voorzitter Jan Jaap Wietsma in NVOX 5 van 2026.

Open

Het ontwikkelen van goede leermaterialen is een tijdrovende en daardoor kostbare klus. In de afgelopen jaren zijn veel initiatieven genomen om te komen tot open leermateriaal. Dat heeft een mooie kant: voor gebruikers is er geen belemmering om het materiaal te gebruiken. In verreweg de meeste gevallen gaat het dan om digitaal materiaal, waar via allerlei platforms toegang tot verkregen kan worden. De NVON werkt intensief mee aan het ontwikkelen van dergelijk materiaal in diverse projecten, zoals Open Leermateriaal. Digitaal materiaal maakt de boekentas niet extra zwaar, maar er moet wel een device beschikbaar zijn om er mee te werken. Van een scherm lezen en met een toetsenbord typen zijn minder effectief voor het leren dan werken met papier en pen. Dat motiveert methodemakers om eenmalig te gebruiken boeken te maken waarin geschreven mag worden. Een overweging om open leermateriaal te gebruiken is ook het kostenaspect. Leermiddelen worden door scholen aangeschaft,
en ze ontvangen daar budget voor. Leraren hebben daarin lang niet altijd een vrije keus, omdat kosten, kortingen en afnamevolumes meewegen.

Op politiek niveau wordt gekeken wat nodig is om kwaliteit van lesmethoden te borgen en bewezen effectieve aanpak te gebruiken. Niet vaak komt in beeld dat leraren als inhoudelijke experts dat zelf ook kunnen doen, mits ze daarin samenwerken. Daar kan een beroepsorganisatie als de onze een goede rol in spelen. Kwaliteit is te borgen door lesmateriaal via een helder ontwikkeltraject te maken, in landelijke of regionale samenwerking tussen inhoudelijk deskundigen, leraren, didactici, en toetsenmakers, dit in de praktijk met scholen te testen én onafhankelijk te laten toetsen en daar een keurmerk aan te verbinden. Iedereen kan zijn bijdrage leveren aan het ontwikkeltraject én de kwaliteit wordt in de praktijk en onafhankelijk vastgesteld en zichtbaar gemaakt via een certificering. Met die aanpak is al veel ervaring, bijvoorbeeld bij nlt, technasium of in beroepsrichtingen in vmbo en mbo, waar het niet interessant is om commercieel aanbod te ontwikkelen.

Dat we het tijdrovende en specialistische werk graag uitbesteden aan experts is logisch. In een docentenbaan is lang niet altijd ruimte en focus om hier goed aan te werken. Dit samen oppakken, er binnen de aanstelling tijd voor maken, goed begeleiden en uiteindelijk ook redactioneel en vormgeving goed regelen: met die randvoorwaarden kan open leermateriaal de concurrentie aan met commerciële materialen. Kwaliteit kost tijd en geld. Voor open leermateriaal zijn dat investeringen aan de ontwikkelkant, waardoor er voor het gebruik niet meer betaald hoeft te worden. Wanneer we toestaan dat er voor de ontwikkeling van kwalitatief goed lesmateriaal binnen de werktijd geen tijd en ruimte gemaakt wordt, moeten we deze investering aan de achterkant betalen. In de commerciële aanpak wordt tijd die geïnvesteerd is in lesmateriaal dat niet goed verkoopt, of waar een te kleine markt voor is, nauwelijks betaald. Dat is marktwerking, maar wel een mechanisme dat ervoor zorgt dat de variëteit aan lesmaterialen beperkt blijft en prijzen niet in de hand te houden zijn. Open werkt alleen als ook de portemonnee aan de voorkant open gaat. Op langere termijn is dat goedkoper dan de hand op de knip houden en aan de achterkant teveel betalen.

Jan Jaap Wietsma
Voorzitter NVON
Reacties naar: j.j.wietsma@nvon.nl

3_Voorwoord-Open-NVOX-5_2026.pdf
NVOX

NVOX 2026 • nummer 5 • bladzijde 3