Vraag 08 |
||
|---|---|---|
|
Door: Ad Mooldijk
|
Datum:
Woensdag
15
april
2026,
10:35 uur
Plaats hier uw vragen, opmerkingen of overdenkingen. |
||
Antwoord: |
||
|---|---|---|
|
Door: Martijn Stobbelaar
|
Datum:
Dinsdag
12
mei
2026,
11:25 uur
(Bewerkt op: 12-05-2026 11:28)
Als de leerling de weerstand van 1 draad uitrekent, kan dan het completeer punt nog of moet daar echt de weerstand van twee draden worden berekend? De weerstand van 1 draad is veel kleiner dan 0,5 Ω. |
||
|
Door: Nelissen
|
Datum:
Dinsdag
12
mei
2026,
12:12 uur
Ik vind als er 1 draad is berekend dat er een essentieel onderdeel is vergeten en complementeren niet meer kan. |
||
|
Door: Saarloos
|
Datum:
Dinsdag
12
mei
2026,
12:26 uur
Ben ook van mening dat voor het completeerpunt wel de factor 2 gebruikt moet worden. |
||
|
Door: Garmt de Vries-Uiterweerd
|
Datum:
Dinsdag
12
mei
2026,
12:38 uur
Je kunt "de weerstand van de twee draden" ook lezen als "de weerstand van elk van de twee draden" in plaats van "de weerstand van de twee draden samen". Zo essentieel vind ik die factor 2 daarom niet. Puntje voor op de vergadering. |
||
|
Door: Vrijmoeth
|
Datum:
Dinsdag
12
mei
2026,
12:51 uur
Daar ben ik het mee eens. "De weerstand van de twee meetsnoeren ..." is een ambigue zin. Want .. wordt hier de totale weerstand van de snoeren in serie bedoeld of wordt hier de weerstand van elk van de twee snoeren bedoeld? Dat wordt pas duidelijk in het correctiemodel. |
||
|
Door: Opstroom
|
Datum:
Dinsdag
12
mei
2026,
17:31 uur
Als een leerling berekend dat de weerstand van 1 draad veel kleiner is dan de foutmarge, is dat genoeg om de juistheid van de bewering aan te tonen lijkt mij. |
||
|
Door: Frank van Rhijn
|
Datum:
Woensdag
13
mei
2026,
08:07 uur
(Bewerkt op: 13-05-2026 08:08)
Mag het eerste bolletje impliciet? Een leerling berekend netjes 0,095 Ohm en zegt daarna dat de weerstand van de twee snoeren kleiner is dan de onnauwkeurigheid van de ohmse weerstand. Uit de getallen is dat inderdaad goed te zien, moet dat uitgelegd worden of is benoemen voldoende?
|
||
|
Door: Ruben Koster
|
Datum:
Woensdag
13
mei
2026,
08:26 uur
Er staat inzicht, maar helemaal impliciet lijkt me niet voldoende. Ik heb er wel eentje die zegt, dat als je 0,095 bij 60 optelt, dat het dan nog steeds 60 is, omdat 60 geen decimalen heeft. Volgens mij is dat er eentje die onder inzicht valt, maar niet als je gewoon de conclusie trekt dat het kleiner is, zonder juiste uitleg. |
||
|
Door: Rick Vooys
|
Datum:
Woensdag
13
mei
2026,
10:55 uur
Ik denk dat eerste bolletje niet impliciet mag, het is voor veel van mijn leerlingen een 'bluf' geweest (antwoord geven op de vraag) denk ik. Ik heb niet heel veel stilgestaan bij de examentraining over nauwkeurigheid van getallen dus dit soort vragen (ook vraag 2) waren een beetje een domper voor mijn leerlingen. Leermomentje voor volgende jaren. Maar je moet minimaal IETS zeggen over dat 60 eigenlijk tussen 60,5 en 59,5 ligt of een op hele afgeronde waarde is, of whatever, dan ben ik geneigd om gewoon punt 1 te geven. |
||
|
Door: Pieter Lukey
|
Datum:
Woensdag
13
mei
2026,
11:52 uur
Lees in de notulen van de landelijke bespreking dat het berekenen van de weerstand van 1 meetsnoer bol 4 kost, zonder dat er een argument wordt gegeven. Maar de zin boven de vraag is dubbelzinnig, waardoor zo'n antwoord correct is. Op grond van algemene regels 3.1 en 3.3 van het CV zal ik zo'n antwoord goedrekenen. |
||