Vraag 08

Antwoord:

Door: Harry Schreurs | Datum: Donderdag 14 mei 2026, 11:17 uur (Bewerkt op: 14-05-2026 11:19)

@Pieter Lukey, Het zou nog kunnen dat de weerstand van één draad binnen de nauwkeurigheid valt, maar het totaal van de twee draden net níet. Ook als een leerling de weerstand van één draad berekent, moet er wel iets over het totaal gezegd worden. Ik vond de formulering ook wat vaag, maar je mag bij een vwo-leerling wel verlangen dat die zover kijkt. Als je dan aanvoelt dat het onduidelijk is of het over een of twee draden gaat, neem dan voor de zekerheid beide opties mee in je antwoord.

Door: Garmt de Vries-Uiterweerd | Datum: Donderdag 14 mei 2026, 15:30 uur

Leerling A berekent hoe lang de draad zou moeten zijn om een weerstand van 60 Ω te hebben en zegt verder niets over nauwkeurigheid.

Leerling B doet vrijwel alles goed, maar past alleen de factor 2 niet toe en schrijft de onnauwkeurigheid niet expliciet op.

Beide leerlingen krijgen evenveel punten. 

Door: Jaco van Gorkom | Datum: Donderdag 14 mei 2026, 15:42 uur

@Garmt, er is natuurlijk een kwaliteitsverschil tussen die twee antwoorden en dat zie je inderdaad niet terug bij deze puntenverdeling. Aan de andere kant: bol 2 en 3 testen nu eenmaal de basisvaardigheid of een leerling aan de weerstand van een draad kan rekenen. Stel dat een leerling alléén dat kan, verdient hij alsnog een 1,2 in plaats van een 1,0 als eindcijfer.

Door: Jaco van Gorkom | Datum: Donderdag 14 mei 2026, 15:51 uur

Wat niet betekent dat ik blij ben met bol 1 verder. Als onnauwkeurigheid hier getoetst moest worden, dan liever met een reële weerstand en niet een vergezocht significantieconstruct. Bijvoorbeeld met iets als "Deze weerstand is voorzien van een kleurcode die aangeeft dat er een onzekerheid van  ±n% in de weerstandswaarde zit."

Er is nu geen sprake van een nauwkeurigheid/significantie in een meetwaarde of een fabricageproces, maar van een significantie in een examenvraag-gegeven.

Door: Garmt de Vries-Uiterweerd | Datum: Donderdag 14 mei 2026, 16:46 uur

Met een gegeven tolerantie was het veel leuker geweest, ja. Dan had je ook nog de instinker gehad dat een leerling de berekende Rsnoer kan vergelijken met de getalwaarde van de tolerantie. Nou ja, we hebben het te doen met wat er nu staat.

Door: Wouter Burger | Datum: Donderdag 14 mei 2026, 19:09 uur

In de examenbespreking staat dat de onnauwkeurigheid in de weerstand de significantie is. Dit klopt niet. De opgegeven nauwkeurigheid in het correctievoorschrift volgt uit de afrondingsregels, maar dit zegt niets over de nauwkeurigheid. Die opgegeven nauwkeurigheid van 0,5 Ω is een arbitrair getal, de onnauwkeurigheid kan net zo goed 1 Ω of 2 Ω zijn, we weten het niet. Bij het gebruik van een digitaal meetinstrument moet de onnauwkeurigheid worden bepaald door te kijken naar de specificaties. Het was dan ook veel correcter geweest als in de vraag was vermeld dat de weerstand is bepaald met een weerstandsmeter met een onnaukeurigheid van bijvoorbeeld 1 %. Dit is hoe je moet omgaan met onnauwkeurigheden, met als bijvangst het verdwijnen van onnodige vaagheid in de vraag.

Door: Mark Havermans | Datum: Donderdag 14 mei 2026, 22:03 uur

Eens Wouter, zo werkt het met meetinstrumenten in de praktijk.

Ik begrijp in het landelijk verslag deze zin niet: "De onnauwkeurigheid in de waarde van een weerstand van 1 Ω gebruikt: dit moet komen van ±0.5 Ω."

Bedoelen ze de onnauwkeurigheid van 1 Ω of een weerstand van 1 Ω? En wat wordt (dan) bedoeld met: "dit moet komen van ±0.5 Ω ?

Door: Jacco Dankers | Datum: Vrijdag 15 mei 2026, 11:22 uur

@Mark Volgens mij wordt bedoeld: Als een leerling beweert dat de onnauwkeurigheid 1 Ω is (dus dat de weerstand tussen 59 Ω en 61 Ω kan liggen), dan is dat fout. Maar als een leerling zegt dat de weerstand tussen 59,5 Ω en 60,5 Ω ligt, dus dat de onnauwkeurigheid 60,5 - 59,5 = 1 Ω is, dan mogen we dat goed rekenen. 
(en natuurlijk formuleren leerlingen het dan zo dat je soms moet puzzelen welk van de twee er bedoeld is) 

Door: Matthijs Toussaint | Datum: Vrijdag 15 mei 2026, 14:49 uur (Bewerkt op: 15-05-2026 15:36)

- vraag is opgehelderd - 

Door: Garmt de Vries-Uiterweerd | Datum: Vrijdag 15 mei 2026, 18:43 uur

Ik had melding gedaan bij het Examenloket over het probleem met de ambiguïteit in de vraagstelling (1 of 2 snoeren). Vandaag reactie gekregen: "Er wordt gewerkt aan een aanvulling, die maandag gepubliceerd wordt."

Voor wie nog aan het nakijken is: laat vraag 8 nog even liggen tot maandag.