Vraag 22 |
||
|---|---|---|
|
Door: Ad Mooldijk
|
Datum:
Woensdag
15
april
2026,
10:39 uur
Plaats hier uw vragen, opmerkingen of overdenkingen. |
||
Antwoord: |
||
|---|---|---|
|
Door: Arjan van Galen
|
Datum:
Woensdag
13
mei
2026,
20:31 uur
Mijn leerlingen hebben het niet over een straal. Ze geven aan dat er aan snelle elektronen harder getrokken moet worden dus dat op de plek waar die snelle elektronen komen een groter B veld nodig is. Ik neig ernaar dit goed te rekenen als alternatief voor bol 2. Eens? |
||
|
Door: v.d. Hoeven
|
Datum:
Woensdag
13
mei
2026,
21:04 uur
Ik zie dat antwoord ook vaak. Dat ze gaan redeneren met de grootte van de Fl. Vind dat ook wel plausibel klinken maar zou graag horen wat hier over gedacht wordt. |
||
|
Door: Garmt de Vries-Uiterweerd
|
Datum:
Woensdag
13
mei
2026,
21:38 uur
Nee, een uitleg op basis van snelheid werkt niet. Zowel het langzame als het snelle elektron maakt een lus, met in het begin weinig kromming, op het uiteinde een sterkere kromming en dan weer wat minder kromming naar het einde van de lus toe. Dus hoe verder naar rechtsboven, hoe sterker de Lorentzkracht, dus hoe groter B. De variatie zit in de positie van een en hetzelfde elektron, niet in het snelheidsverschil tussen twee elektronen. |
||
|
Door: Arjan van Galen
|
Datum:
Donderdag
14
mei
2026,
17:13 uur
(Bewerkt op: 14-05-2026 17:14)
Er is een verband tussen de snelheid en de positie waar het elektron gaat komen. De formule vertelt ons: r/v=m/Bq . Een logica als "bij hogere snelheid hoort bij een gelijk B-veld een grotere straal (minder kromming) en dan komt het elektron in het rechter gedeelte van figuur 4 terecht, waar die dreigt het magneetveld uit te gaan. Om dit laatste te voorkomen wil je hem nog meer af laten buigen. Hiervoor is een grotere kracht nodig, dus een groter B-veld" lijkt mij "prima werken". Wat is hier de denkfout? |
||
|
Door: Garmt de Vries-Uiterweerd
|
Datum:
Donderdag
14
mei
2026,
18:35 uur
@Arjan: je maakt geen denkfout, dat antwoord is prima. De cruciale stap in jouw antwoord is dat je om dat ene, snelle elektron nog meer af te buigen dan je linksonder deed, rechtsboven dus een sterkere B nodig hebt. Dat is een verband tussen r en B, niet tussen v en B. Dat het snelle elektron nog verder naar rechtsboven gaat dan het langzame elektron doet er niet toe. Ook het langzame elektron wordt harder afgebogen hoe verder het naar rechtsboven komt. Het maakt niet uit welke baan je bekijkt, aan één van de getekende banen kun je al zien dat er een B-gradiënt is. |
||
|
Door: Bart van de Laar
|
Datum:
Donderdag
14
mei
2026,
21:29 uur
Ik heb veel leerlingen die zeggen dat een snel elektron een groter veld nodig heeft om affgebogen te worden (eventueel aangevuld met dat die elektronen een grotere lorentzkracht nodig hebben). Dat leverrt niet bol 2 op, maar kan dat wel bol 3 opleveren? Ik snap dat ze uit het plaatje halen dat alleen het snelle elektron in de buurt van de rand komt en dat daarom daar dat grotere veld nodig is, maar ze zeggen het niet. |
||
|
Door: Garmt de Vries-Uiterweerd
|
Datum:
Donderdag
14
mei
2026,
21:55 uur
Ik zou het wel goedkeuren denk ik. Beetje afhankelijk van de exacte formulering. |
||
|
Door: Jeroen Zomer
|
Datum:
Zaterdag
16
mei
2026,
13:15 uur
(Bewerkt op: 16-05-2026 13:54)
Is het niet vreemd dat in het antwoord de richting van I en F niet benoemd hoeven te worden? Nu kunnen leerlingen deze twee foutief omdraaien en nog steeds het 1ste bolletjes scoren. Of één van de twee verkeerd nemen en een richtingsregel verkeerd hanteren en ook nog steeds het 1ste bolletje scoren. |
||
|
Door: Mark Havermans
|
Datum:
Zondag
17
mei
2026,
14:16 uur
Leerling verdient eerste bol met FBI regel. Dus gaat verder met III of IV. Schrijft dan: Figuur III is juist want, volgens de banen, gegeven van elektronen, moet 't magn. veld dichterbij P groter zijn dan verder weg. Dus de meeste moeten zitten dichtbij P. bij IV is het juist andersom dus III is juist. bol 2 niet verdiend en ik vind eigenlijk bol 3 ook niet want ze zegt niets over de banen. Maar als je niets zegt over die banen, maar wel over richting en sterkte magneetveld (volgens opmerking cv) zou ik de 3e bol toch kunnen geven. Het dilemma is dat ik één ding mis over de straal (de banen) en haar daar twee keer voor moet afstraffen bij bol 2 en 3. Iemand die hier richting kan geven? |
||
|
Door: Reeuwerd Straatman
|
Datum:
Maandag
18
mei
2026,
00:26 uur
Begrijp ik het nu goed dat alleen redeneren vanuit dat snellere elektronen een grotere B nodig hebben niet goed is, maar als ze zeggen ze hebben een grotere FL nodig om afgebogen te worden en dus een grotere B dat dat wel goed is voor tweede bol? |
||