In gesprek met lichtkunstenaar Jaap van den Elzen
Op het jaarlijkse congres Bèta in Beweging, dit jaar op 2 en 3 oktober in Den Bosch, zal de slotlezing verzorgd worden door Jaap van den Elzen, lichtkunstenaar. Wie is hij? Wat drijft hem? Om een antwoord op die vragen te krijgen sprak ik hem eind juni in de Lichttoren, een van de iconische gebouwen in Eindhoven.
Een kleine drie maanden heeft hij nog om zijn lezing voor te bereiden. Kan hij al een tipje van de sluier oplichten? “In elk geval wil ik naar parallellen zoeken tussen mijn werk en de wetenschap. Voor iemand die zich met licht bezighoudt, zijn er genoeg overlappingen. Ik wil niet alleen met een technische bril naar mijn werk kijken, maar de diepere lagen en het sublieme ervan blootleggen.
In de wetenschap wordt gekeken hoe licht zich gedraagt en waardoor. Dat doe ik ook, maar dan vanuit een artistiek oogpunt. Ik onderzoek wat licht met een ruimte kan doen. Ik speel ermee, werk meer vanuit de praktijk dan vanuit de theorie. Zo werken wetenschappers ook: experimenteren, uitproberen, soms cadeautjes krijgen, soms op een dood spoor eindigen. De wetenschapper zoekt antwoorden op vragen die de werkelijkheid oproept, de kunstenaar realiseert een kunstwerk dat een andere werkelijkheid verbeeldt.”
Glow-festival
Van den Elzen had op school een degelijk bètapakket, dat geen probleem voor hem was. “Ik kan me goed herinneren hoe boeiend de natuurkundelessen waren, maar de interesse voor licht werd nog niet gewekt.” Na zijn vwo studeerde hij aan de Design Academy in Eindhoven, waar hij zich vooral bezighield met interieur en wonen.
Toen twintig jaar geleden in Eindhoven voor het eerst het lichtfestival Glow georganiseerd werd, kreeg hij een uitnodiging daar een bijdrage aan te leveren. Er kwamen 50.000 mensen op af. Inmiddels is het een jaarlijks terugkerend evenement in de openbare ruimte voor zo’n 700.000 bezoekers, met veel licht en projecties op gebouwen; met zijn opvallende lichtinstallaties was hij er vele jaren bij.
Sinds dat begin heeft hij veel lichtprojecten gemaakt voor gemeenten, musea, galeries en andere culturele instellingen, ook internationaal. “Die eerste keer ging voor mij letterlijk en figuurlijk het licht aan. Ik kwam erachter dat ik feeling had met de materie maar ook met de vorm: het fascineerde me om op deze schaal mensen te confronteren met ruimte en licht. Tot dan toe hield ik me bezig met de functionele benadering van licht – ik had lampen ontworpen – maar nu ontdekte ik de artistieke kant: licht zien als materiaal waarmee je de ruimte kunt kneden, boetseren tot een sculpturaal medium en dat je tot leven kunt wekken zoals een schilder dat op een doek doet.”
Ganzfeld
Een van de grote inspiratoren van Van den Elzen is de Amerikaanse lichtkunstenaar James Turrell, die gebruik maakt van een ruimtelijk effect waarbij alle barrières verdwijnen, zodat je geen diepte meer ervaart. “Ongeveer hetzelfde als wanneer je de ruimte of de blauwe lucht in staart: de Duitsers noemen dit het Ganzfeld-effect. Als waarnemer kom je dan op een ander bewustzijnsniveau. Ik heb het toegepast in Enter the Light, in een oude steenkoolmijn in het Belgische Heusden-Zolder: een pikzwarte ruimte zette ik in het licht zonder dat de toeschouwer de wanden of enige andere referentie ziet. Het had een desoriënterend, soms meditatief of psychedelisch effect. Bij die persoonlijke sensatie heb je geen oog meer voor de techniek die erachter zit. Dat vind ik een van de mooie aspecten van mijn werk.”
Het verhaal
Het liefst laat hij zijn lichtinstallaties een verhaal vertellen; zijn eigen verhaal natuurlijk maar hij vindt het mooi als de toeschouwer er een ander verhaal in herkent. Door de abstractie van het werk kan dat ook. Soms is de respons die hij krijgt, heel verrassend. “Iemand vertelde me, na het zien van Evolution of Light, dat hij een reis met een teletijdmachine had gemaakt.”
In dat project neemt Van den Elzen de toeschouwer mee in de geschiedenis van licht, vanaf het verschijnen van de eerste vrije fotonen, zo’n 380.000 jaar na de oerknal, via bliksem, vulkanisme, zonlicht en de uitvinding van het vuur tot aan het elektrische licht. “Met 100 lampen die elk afzonderlijk geprogrammeerd zijn, soms star en strak geregisseerd, soms heel organisch met vrije bewegingen van een vlam, naar hypergecultiveerde rechte lijnen van hedendaagse ledlampen.”
Architect
Eigenlijk voelt hij zich een architect die in een bouwteam met aannemer en installateur een plan uitwerkt. Zo is hij nu in een samenwerkingsproject bezig aan een werk voor de nieuwste Glow, dat over kleur gaat: hoe kleur kan verschijnen en verdwijnen. Doorgaans doet hij eerst onderzoek, leest zich in en werkt aan de ontwikkeling van een concept. “Vaak wordt het een werk in de publieke ruimte dat dus moet voldoen aan veel eisen: weerbestendig, gecertificeerd, technisch haalbaar en te onderhouden. Dat kun je niet in eigen beheer doen, daarvoor zijn de verantwoordelijkheden te groot. Daarom heb ik een aantal slimme mensen van de TU om me heen verzameld die alles kunnen maken, kunnen programmeren en voor de technische uitvoering zorgen. Met hen ga ik in de beginfase brainstormen over de praktische mogelijkheden. Het zijn creatieve mensen met een technische achtergrond die goed meedenken. Het is prachtig om te zien dat je bij een goede samenwerking elkaars ideeën naar een hoger plan kunt tillen.
Ik ben geen solist, zoals veel kunstenaars. Ik werk graag samen in een team, dat inspireert me. Op locatie worden de installaties meestal niet door mijzelf geplaatst. Ook het programmeren laat ik over aan anderen. Daar heb je heel specialistische kennis voor nodig. Vaak zit ik vier tot vijf avonden met een programmeur aan de finetuning van een project te werken waarna we op locatie nog verder gaan. Dat uitproberen vind ik heel belangrijk. Je kunt wel alles voorspellen en simuleren op de computer, maar niets kan op tegen de werkelijkheid. Als het concept goed is en we weten hoe we met de materialen moeten omgaan, dan blijken er op locatie toch vaak niet te voorspellen dingen te gebeuren: onverwachte reflecties of een bijzondere transformatie van de ruimte, anders dan ik me had voorgesteld. Het kan voorkomen dat mijn plan niet uitkomt of dat ik mijn verhaal moet ombuigen of dat ik andere kwaliteiten ontdek die het verdienen om uitvergroot te worden. Vaak ervaar ik dat als een cadeautje. Ook een mooie parallel met de wetenschap: het zijn toevalligheden die een andere richting aan je werk kunnen geven.”
Het toeval
In meerdere werken heeft Van den Elzen een belangrijke rol weggelegd voor het toeval. In Almere maakte hij samen met componist Anthony Fiumara een werk over hypernatuur. Het verhaal erachter gaat over de bodem van de Zuiderzee waar land van gemaakt is en vervolgens weer water. Heel precies is daar de natuur bedacht en gepland, “iets wat ik juist heel tegennatuurlijk vind. Overal gebeurt dat, maar in Almere lijkt het wel een Ikea-showroom. Dit project is een sprookjesachtig lichtkunstwerk geworden. Een aantal kleurenpaletten en bewegingen is vooraf gedefinieerd, maar binnen bepaalde kaders heb ik het programma eigen keuzes laten maken om dingen te combineren. Het is heel spannend om zo, met generatieve onderdelen in de software, het toeval te laten werken. Er ontstaan dan heel interessante, onvoorspelbare dingen. Zo benader je de natuur, zoals je die ziet in bijvoorbeeld de patronen bij het tot bloei komen van een bloem of in de bedding die een rivier kiest.”
In deze ontwikkeling, waarin bepaalde aspecten aan het toeval overgelaten worden kan fysieke AI een belangrijke rol gaan spelen. Daarbij wordt aan AI-modellen een vorm van ruimtelijk inzicht gegeven zodat ze de vaak onvoorspelbare driedimensionale fysieke wereld begrijpen en ermee kunnen omgaan. “Net zoals de natuur verandert, ontwikkelt, groeit en evolueert, zo kun je ook een kunstwerk maken dat nooit hetzelfde is, in tegenstelling tot een schilderij dat, afgezien van ouderdom, nooit verandert. Ik gebruik AI nog niet in mijn werk maar gezien de mogelijkheden die het biedt, denk ik er niet omheen te kunnen. Tot nog toe heb ik er niet echt behoefte aan gehad. Ik denk dat het veel eerder te gebruiken is bij videomapping, de kunstvorm waarbij afbeeldingen en films op gebouwen geprojecteerd worden.”
Muziek
Niet alleen in Almere, ook in het Muziekgebouw aan het IJ maakte hij een werk in coproductie met Anthony Fiumara. “In klanken, kleuren en ritmes denken wij precies hetzelfde.” Hoewel Van den Elzen een abstract kunstenaar is, schuwt hij de klassieke muziek niet. In Dordrecht maakte hij een kunstwerk op vier werken van Bach, die op de piano vertolkt werden door Hannes Minnaar. “Het waren vlakken en lijnen die meebewogen op de muziek, voor een deel geprogrammeerd en tegelijk was er een willekeur in aangebracht. In zulk soort werken probeer ik me vrij bescheiden op te stellen, want Bach is immers een heel groot kunstenaar en ik vind dat ik daar recht aan moet doen door mijn werk niet te veel op de voorgrond te plaatsen.”
Spektakel
“Het theater is de wereld van de magie, waar je even uit de werkelijkheid stapt. Wie anders gaat kijken naar die werkelijkheid, stapt in het domein van de kunst. Als licht als artistiek medium gebruikt wordt, dat verder gaat dan de klassieke volgspot, dan is theatertechniek ook een kunstvorm. Entertainment vormt een belangrijke beleving in ons bestaan maar het showelement daarin is niet mijn domein. Ik zoek liever naar andere emoties. Ik houd meer van de verstilling en de verwondering, even in het moment blijven zitten, een onderdeel zijn van wat er gebeurt en de rest vergeten. Sensatie en spektakel zijn ook waardevolle emoties, maar niet die waar ik op uit ben. Er zijn al genoeg snelle, flitsende en schreeuwende elementen in ons leven. Kijk naar de reclames. Ik bied graag wat tegenwicht.”
Zie ook: www.jaapvandenelzen.nl