Vraag 05

Antwoord:

Door: Arjan van Galen | Datum: Vrijdag 15 mei 2026, 09:13 uur

Helaas lijkt de discussie te verplaatsen naar de verantwoordelijk van iemand anders. En in de tussentijd lijken sommigen leerlingen te gaan benadelen. Mijns inziens is dat niet nodig. Ik doe daarom nog een poging jullie te overtuigen dat het ook anders kan.

De regels geven ons ruimte. Ik stel voor dat we hier gebruik van maken, zodat we een rechtvaardig oordeel geven over de gemaakte examens. Ik ga dat in ieder geval wel doen. Ik hoop jullie ook.

Er staat in de toelichting Situatie C  (89,8 in een tussenantwoord opgeschreven ipv 89,80) is contextafhankelijk. De context die in het voorbeeld gegeven wordt is dat het aantal significante cijfers nog bepaald moet worden. Gezien deze context zou je als je (onterecht) 89,8 gebruikt ipv 89,80 uiteindelijk je antwoord in 3 significante cijfers moet geven. Dan kom je op een verkeerd antwoord uit. dus de aanpak is verkeerd, je krijgt het sc punt niet. Ik snap de logica van het voorbeeld.

De context van deze vraag is anders. Er wordt gevraagd naar een antwoord in twee significante cijfers met gebruik van een grafiek. Je moet dus laten zien dat je begrijpt wat dit betekent. Dus nauwkeurig genoeg werken dat 2 significante cijfers mogelijk is. En op het laatst een antwoord in 2 significante cijfers geven.

Als een leerling dat doet, voldoet hij aan tonen van het vereiste inzicht hoe er met significantie gewerkt moet worden. Ik durf het wel aan dat in deze context we wel kunnen stellen dat als een leerling 4,0 afleest, maar 4 opschrijft, dat hij eigenlijk 4,0  en niet "het kan ook 4,4 of 3,6 zijn" bedoelt.

Stel nu eens een voorbeeld dat een leerling 1 punt tekort komt vanwege dit punt en zakt en dit voor de rechter gaat aanvechten. Dit gaat hij winnen. Is dat allemaal niet een enorme verspilling van alle energie en geld die hierin is gestopt.

Door: Martijn Hoogland | Datum: Vrijdag 15 mei 2026, 11:21 uur (Bewerkt op: 15-05-2026 11:25)

Ook geklaagd bij examenloket: als we zelf al twijfelen aan de zuiverheid van het CV wat verwachten we dan van onze lln in deze?

Vraag: bij het bepalen van Δt, is een som dus regels voor SC zeggen kleinste aantal decimalen? Ik heb een leerling die het inzichrt van bol2 mist en opschrijft 0,24 - 0,04 = 0,20 s even narekenen voor de marge in het completeren maar SC-punt gaat er niet af vanwege die 0,04 toch? Die 'voelt' namelijk wel als 1 SC merk ik

 

Over de gang naar de rechter kan ik alleen maar zeggen: wat vervelend voor ons alle examinatoren dat er een precedent is op dat gebied, laten we hopen dat ons dat voorlopig bespaard blijft... En voor nu: Ik hoop op een aanvulling vanuit het CvTE want wat eerder ook al gezegd werd: vooral belangrijk dat we allemaal hetzelfde proberen te doen.

Door: Garmt de Vries-Uiterweerd | Datum: Vrijdag 15 mei 2026, 11:43 uur

0,24 - 0,04 = 0,20 s

Twee keer een tijd bepaald op 2 decimalen, het tijdverschil tussen die twee is in 2 s.c.

Je ziet hier precies waarom je niet een vel papier moet wegen door iemand met en zonder dat vel papier op een personenweegschaal te zetten. Zou fijn zijn als voor significantie/meetnauwkeurigheid eens meer getoetst werd op dit soort inzichten in plaats van slaafs regeltjes toepassen!

Door: Martijn Hoogland | Datum: Vrijdag 15 mei 2026, 13:18 uur

eens, veel dank @Garmt!

Door: Hutjens | Datum: Vrijdag 15 mei 2026, 18:15 uur

Eerlijk gezegd, ik heb zelf altijd moeite met significantie in combinatie van grafieken....

 

Voor wat betreft opschrijven van 4 i.p.v. 4,0: Noemen jullie dit afronden? Ik zou zeggen, dit is geen afronden. Het wordt pas afronden als je 3,5 naar 4 afrondt... of heb ik het dan verkeerd begrepen?
Want, als dit inderdaad geen afronden is, is er geen probleem met betrekking tot een tussenwaarde; er staat immers "Bij tussentijds afronden". Toch?

Door: Garmt de Vries-Uiterweerd | Datum: Vrijdag 15 mei 2026, 18:43 uur

Ik had melding gedaan bij het Examenloket over het probleem met de significantie in deze vraag. Vandaag reactie gekregen: "Er wordt gewerkt aan een aanvulling, die maandag gepubliceerd wordt."

Voor wie nog aan het nakijken is: laat vraag 5 nog even liggen tot maandag.

Door: Christiaan Vriend | Datum: Zaterdag 16 mei 2026, 17:07 uur

Ik had ook melding gemaakt, er komt inderdaad een aanvulling.

Ik heb wel een andere opmerking:
Kun je ervan uitgaan dat precies bij de 3e stip, op t=0,04 s, de snelheid gaat dalen? Dat kan toch in principe op elk tijdstip in het interval na stip 3 gebeuren?
Ik heb een leerling die die 3e stip niet voor de lijn heeft gebruikt en daarmee net iets te steil uitkomt.
(Nu zou ik zelf zonder stip 3 de lijn niet steiler hebben getekend, maar toch....)
Ik ga de fout bij de marge/bol 3 aanrekenen, en niet bij bol 2/gewenste tijdinterval.

Door: Ruben Koster | Datum: Maandag 18 mei 2026, 12:22 uur

Aanvulling is er:

 

Op pagina 7, bij vraag 5 moet de volgende opmerking worden toegevoegd:

Opmerking Bij deze vraag hoeven de significanties van de uit figuur 5 bepaalde waarden van vx, t, ∆vx en ∆t niet beoordeeld te worden. 

Door: Garmt de Vries-Uiterweerd | Datum: Maandag 18 mei 2026, 13:36 uur

Ja, dat is fijn.

We gaan er nooit achter komen, maar ik ben wel benieuwd of dit komt doordat deze specifieke vraag niet klopte, of doordat de regels onvoorzien streng bleken uit te pakken.

Door: v.d. Hoeven | Datum: Maandag 18 mei 2026, 14:00 uur

Wanneer een leerling bijv. een lijn van de linkerbovenhoek naar de rechteronderhoek gebruikt. En daarmee de versnelling berekent in juist aantal s.c. Dan vervalt sowieso bol 2, maar vervalt dan ook bol 3? De berekening is niet eenvoudiger geworden en verder is wel het juiste principe toegepast. Dus is het dan completeren? Ook deze vind ik best wat lastig soms. Wanneer wel completeren en wanneer trekken we de grens dat het niet goed genoeg is?