Proef 2M 3.1 De druk in de waterleiding

20 mei

Doel van de proef: De leerlingen weten en hebben ervaren dat water in de waterleiding onder druk staat.

Benodigdheden:

  • waterkraan
  • tuinslang
  • krachtmeter

Uitvoering:

Doe deze proef buiten. Leerlingen kunnen nat worden!

Verbind de tuinslang met een waterkraan en vul de slang met water, zodat alle lucht eruit is. Laat, als de kraan dicht is, een leerling de opening van de slang afsluiten met de duim, met de opdracht geen water door te laten. Zet de kraan dan een klein beetje open, steeds meer. De leerling ervaart dat het water een steeds grotere kracht uitoefent. Het is moeilijk om de duim zo goed op de opening van de slang te houden dat er geen water uitspuit.

De waterdruk kan met de kraan geregeld worden van 0 tot de waterdruk in de waterleiding. Die ligt rond 3 bar = 300.000 pascal. De grootte van de kracht die je met je duim moet uitoefenen om het water tegen te houden bij bijv. een druk van 1 bar kan berekend worden als het oppervlak van de uitstroomopening bekend is. Meet de diameter van de (ronde) uitstroomopening en gebruik de formule voor de oppervlakte van een cirkel (πr2).

Leswerk