Vraag 10 |
||
|---|---|---|
|
Door: Ad Mooldijk
|
Datum:
Woensdag
15
april
2026,
10:36 uur
Plaats hier uw vragen, opmerkingen of overdenkingen. |
||
Antwoord: |
||
|---|---|---|
|
Door: Herman van Dijk
|
Datum:
Maandag
11
mei
2026,
20:29 uur
Ik ben bang dat ik het antwoord niet begrijp / niet volledig vind: Ik begrijp dat de spanning over L3 groter dan 12V is. Dus volgens mij is de conclusie: "Het lampje brandt op een te hoge spanning." Maar de totale stroomsterkte zal door de toegenomen (totale) weerstand kleiner geworden zijn. Dus het is voor mij niet logisch dat het vermogen te groot zal zijn. Je ziet het ook aan P = U^2 / R : U is groter (dan 12V) maar R is ook groter geworden. Welke wint het ? Dat is (voor mij) niet duidelijk. |
||
|
Door: Ivan Vermeulen
|
Datum:
Maandag
11
mei
2026,
22:33 uur
(Bewerkt op: 11-05-2026 22:34)
Bij mij hetzelfde probleem als van Dijk. Er staat in de opgave niets over een gelijk blijvende stroomsterkte. |
||
|
Door: Reeuwerd Straatman
|
Datum:
Dinsdag
12
mei
2026,
01:18 uur
Een hogere spanning betekent bij gloeilampjes ook een feller lampje, en dat betekent sowieso dan toch ook een hogere stroomsterkte? Mijn vraag: mag de koppeling grotere stroomsterkte = hogere temperatuur ook impliciet? Dus een leerling zegt niks expliciet over de temperatuur van (het gloeidraad van) het lampje, maar wel over een hogere stroomsterkte en daarmee een hogere weerstand. |
||
|
Door: Arno Rijnders
|
Datum:
Dinsdag
12
mei
2026,
08:35 uur
(Bewerkt op: 12-05-2026 08:39)
De spanning stijgt, hierdoor stijgt ook de stroomsterkte, maar niet lineair omdat de weerstand toeneemt. In een model is het heel mooi te zien |
||
|
Door: Jeroen Homan
|
Datum:
Dinsdag
12
mei
2026,
12:11 uur
Sluit me ook aan bij de bevinding van van Dijk. Stel ik verhoog de weerstand van L3 naar 64 Ohm (vanwege een hogere temperatuur) en laat voor L1 en L2 de weerstand hetzelfde. Dan verandert de totale stroomsterkte van 0,2 A naar 0,19 A en de spanning over L3 van 12 V naar 12,25 V. Dat levert voor L3 een vermogen van 0,19 x 12,25 = 2,32 W, lager dan 2,4 W dus. Doe ik hier iets fout? |
||
|
Door: Garmt de Vries-Uiterweerd
|
Datum:
Dinsdag
12
mei
2026,
12:40 uur
Lampjes 1 en 2 krijgen dan een lagere spanning, dus ook lagere weerstand en daarmee grotere stroomsterkte. Dat heeft weer invloed op de rest van je berekening. |
||
|
Door: Jeroen Homan
|
Datum:
Dinsdag
12
mei
2026,
13:08 uur
"Lampjes 1 en 2 krijgen dan een lagere spanning, dus ook lagere weerstand en daarmee grotere stroomsterkte. Dat heeft weer invloed op de rest van je berekening." Klopt, maar er zal altijd een minimum weerstand zijn voor een PTC, dus een lagere spanning betekent niet per definitie een lagere weerstand voor lampjes 1 en 2. |
||
|
Door: Herman van Dijk
|
Datum:
Dinsdag
12
mei
2026,
14:41 uur
Eens met Jeroen: L1 en 2 krijgen bijvoorbeeld een weerstand van 61 ohm. Het is niet zo dat de weerstand daalt naar 59 ohm of zo. |
||
|
Door: Romy Dhillon
|
Datum:
Dinsdag
12
mei
2026,
15:50 uur
Kunnen wij dan concluderen dat deze vraag niet te beantwoorden is? |
||
|
Door: Jeroen Homan
|
Datum:
Dinsdag
12
mei
2026,
16:05 uur
"Kunnen wij dan concluderen dat deze vraag niet te beantwoorden is?" Volgens mij is er inderdaad niet genoeg informatie gegeven. |
||