Vraag 10

Antwoord:

Door: Jelle Brill | Datum: Dinsdag 12 mei 2026, 16:12 uur

Volgens mij kan hij wel. We weten dat de lamp bij U = 12 V een vermogen van 2,4 W levert. Verder weten we dat de temperatuur van L3 méér toeneemt dan die van L1 en L2, die moeten immers de totale stroomsterkte verdelen. De weerstand van L3 neemt dus sneller toe dan de weerstand van L1 en L2. Daardoor zal er een groter gedeelte van de spanning over L3 komen te staan, dus de spanning over L3 wordt groter dan 12 V. Als hij bij 12 V (en de temperatuur die daarbij hoort) 2,4 W levert, zal hij bij méér dan 12 V zeker méér dan 2,4 W leveren. 

Door: Romy Dhillon | Datum: Dinsdag 12 mei 2026, 16:32 uur

L3 kriijgt sowieso een grotere gedeelte van de spanning in de PTC-situatie t.o.v. van de Ohmse weerstandsituatie. Dit is duidelijk. Alleen door de omzetting naar PTC weet je niet WAT de weerstandswaarde van L3 is. Die kan hoger zijn dan bij de ohmse situatie OF zelfs lager. Dat beïnvloedt Itot=I3. 

De vraagstelling van 10 is "Leg uit of L3 in de schakeling van figuur 3 op een te hoog of op een te laag vermogen brandt."
L3 kan dan bij een hogere U (door spanningsverschuiving) en lagere I (door bv hogere R3=>totale R) uitkomen op dezelfde P of zelfs een lagere P.

Door: Jeroen Homan | Datum: Dinsdag 12 mei 2026, 16:41 uur

"Volgens mij kan hij wel. We weten dat de lamp bij U = 12 V een vermogen van 2,4 W levert. Verder weten we dat de temperatuur van L3 méér toeneemt dan die van L1 en L2, die moeten immers de totale stroomsterkte verdelen. De weerstand van L3 neemt dus sneller toe dan de weerstand van L1 en L2. Daardoor zal er een groter gedeelte van de spanning over L3 komen te staan, dus de spanning over L3 wordt groter dan 12 V. Als hij bij 12 V (en de temperatuur die daarbij hoort) 2,4 W levert, zal hij bij méér dan 12 V zeker méér dan 2,4 W leveren."

Dat klopt, maar omdat de totale weerstand van de stroomkring omhoog gaat, gaat de stroomsterkte door alle lampjes omlaag. Dit effect is sterker dan de toename van de spanning en zorgt (volgens mij) voor een lager vermogen. 

 

Door: Boer | Datum: Dinsdag 12 mei 2026, 17:10 uur (Bewerkt op: 12-05-2026 17:13)

Volgens mij zit het als volgt en kun je het zo uitleggen:

(teken voor jezelf een I,U diagram van een lampje) 

Stel je gaat uit van de situatie dat U op L3 12 V zou zijn en op L1 en L2 is U= 6,0 Volt

In die situatie zou door  L3 0,2A gaan  bij P=2,4 W. 

L1 en L2 zouden dan volgen verband van I,U een grotere stroom krijgen dan 0,1 A per lampje omdat hun weerstand bij 6,0 V lager is. 
Dat kan natuurlijk niet omdat I1 + I2 dan groter is dan I3.

De situatie gaat dan naar: L1 en L2 allebei net wat kleinere U en I, Maar I nog wel groter dan 0,1 A
En L3 gaat naar situatie met grotere U dan 12 V, en daarbij ook iets grotere I dan 0,2 A. 
(Hierbij klopt dan dus I3= I1 + I2 

Dat betekent dat zowel U3 als I3 groter is dan in situatie met U= 12 V op lampje 3. Dus P is groter. 

 

Door: Peters | Datum: Dinsdag 12 mei 2026, 18:21 uur (Bewerkt op: 12-05-2026 18:27)

Ik heb een paar voorbeeldwaardes uitgewerkt. Als we er namelijk vanuit gaan dat de lampjes zich als PTC gedragen dan zullen ze bij een lagere spannning dan 12V een lagere weerstand hebben.

Enkele voorbeelden:

Als R1 = R2 = 58 Ohm en R3 = 70 Ohm dan is P3 = 2,3 W (lager)

Als R1 = R2 = 55 Ohm en R3 = 65 Ohm dan is P3 = 2,5 W (hoger) 

Als R1 = R2 = 55 Ohm en R3 = 70 Ohm dan is P3 = 2,4 W (gelijk) 

Ik denk dat leerlingen zonder grondige kennis van de weerstandscurcves van deze lampjes bij deze vraag niet kunnen uitleggen of het lampje op een te hoog of te laag vermogen brand. 

Door: Herman van Dijk | Datum: Dinsdag 12 mei 2026, 20:27 uur

Mooie analyse van Peters!  Ik sluit me hier bij aan.  

Ik wil overigens best geloven dat in "in de praktijk" de U-I curves zodanig liggen dat L3 een hoger vermogen opneemt (dan 2,4 W).  Maar dat gaat ver voorbij wat bedoeld werd te bevragen bij deze opgave.  Ik durf de stelling wel aan: een mislukte opgave!

Door: Gijs Ploegmakers | Datum: Dinsdag 12 mei 2026, 22:09 uur

IK vind de redeneringen van veel voorgangers ingewikkeld en moeilijk te volgen.Volgens mij klopt het antwoordmodel wel..

Als de spanning over L3 groter wordt (en volgens mij is iedereen het daar wel over eens?) dan kan het toch niet meer zo zijn dat het lampje vervolgens een lager vermogen omzet  omdat de stroomsterkte meer afneemt dan dat de spannning toeneemt? .Als je een hogere spanning hebt over hetzelfde lampje dan kan het toch niet anders dan dat het lampje ook een groter vermogen omzet?

 

Door: Ivan Vermeulen | Datum: Dinsdag 12 mei 2026, 23:32 uur

Waar het volgens mij misgaat is dat het wiskundig gezien op een lager vermogen zou kunnen uitkomen, maar dit fysisch gezien niet kan. In het eerste voorbeeld van Peters:

Als R1 = R2 = 58 Ohm en R3 = 70 Ohm dan is P3 = 2,3 W (lager)

Een PTC-lampje met nominale weerstand 60 Ω zou namelijk een vermogen van 2,4W moeten hebben. Omdat in het eerste voorbeeld voor lampje L3 het vermogen lager is dan 2,4 W zou dit betekenen dat deze kouder dan normaal zou moeten zijn, terwijl de weerstand juist hoger is (70 ipv 60). Dit voorbeeld is dus niet consistent voor een gloeilampje als PTC. 

Door: van der Meer | Datum: Woensdag 13 mei 2026, 10:44 uur

Ik heb echt het idee dat je te weinig gegevens hebt om dze vraag goed te kunnen beantwoorden.

Als R groter wordt door de hogere temperatuur zal de spanning over R3 toenemen. Echter, de stroomsterkte door de gehele schakeling zal kleiner worden want de totale weerstand zal ook groter worden. Je weet niets over het verband tussen U en I dus wellicht wordt I wel sneller kleiner dan U groter wordt.

Dus dit kan zowel een hoger als een lager vermogen opleveren.

 

Ik heb dan ook verschillende redenaties gezien.

1) R groter dus I kleiner. P = UI dus P kleiner (aanname U blijft gelijk en vraag zegt niet dat dit niet zo is).

2) P = U^2/R, R groter dus P kleiner.

3) R groter, dus U groter. P = UI dus P groter (aanname I blijft gelijk).

 

Ik ben heel benieuwd of ik bij 1,2,3 de punt voor consequente conclusie zou mogen geven.

Door: Jacco Dankers | Datum: Woensdag 13 mei 2026, 13:12 uur

Alle voorbeelden die op een lager vermogen uit lijken te komen, gaan wel uit van een hogere weerstand. Maar die hogere weerstand krijgt het lampje alleen als het warmer is, dus als het een hoger vermogen heeft. Dus fysisch zijn al die voorbeelden volgens mij met zichzelf in tegenspraak.